Lid worden

Mensen met fibromyalgie kunnen ook last hebben van paniekklachten. Deze paniekklachten komen vaker voor bij mensen met fibromyalgie dan bij mensen zonder dergelijke diagnose.

Maar wat is paniek eigenlijk, waarom komt het meer voor bij mensen met fibromyalgie en kun je er iets aan doen?

 

Normale angst en paniek


Bijna iedereen is wel eens bang, en dat is maar goed ook! Als je nergens bang voor zou zijn, zou je misschien gevaarlijke dingen gaan doen. Bijvoorbeeld, als je niet bang bent om verkeersongelukken te maken, ga je misschien wel heel erg roekeloos autorijden. En als je niet bang zou zijn om je te verbranden aan vuur, zou je waarschijnlijk ook minder voorzichtig zijn met vuur. Angst zorgt er voor dat je geen gevaarlijke dingen doet en vergroot dus de kans dat je lang blijft leven. Toch is angst niet altijd handig: soms kun je bang zijn voor onschuldige dingen, die eigenlijk weinig kwaad kunnen doen, zoals niet-giftige spinnen, water, hoogtes of naalden. In dat geval kan een angst juist heel vervelend zijn.
We spreken van paniekklachten als iemand wel eens korte, heftige angstaanvallen heeft, waarbij er allerlei lichamelijke reacties optreden. Bijvoorbeeld hartkloppingen, zweten, trillen, het gevoel hebben dat je niet genoeg adem kunt krijgen, je licht in je hoofd voelen of pijn op de borst hebben. Bij mensen met een paniekstoornis roepen deze lichamelijke reacties allerlei bedreigende gedachten op, zoals ‘ik krijg een hartaanval’, ‘ik ga dood’, ‘ik verlies de controle’, of ‘ik word gek’. Hierdoor worden ze heel erg bang en voelen zich lange tijd na zo’n paniekaanval nog steeds gespannen of onrustig. Mensen met paniekklachten zijn eigenlijk bang voor (de gevolgen van) de lichamelijke symptomen. Maar is het wel nodig om hier bang voor te zijn?
 

Je lichaam tijdens een paniekaanval


De lichamelijke reacties die mensen voelen tijdens een paniekaanval zijn normale reacties van het lichaam op spanning. Door het bloed naar de spieren te laten lopen, gaat je hart sneller kloppen, ga je zweten, krijg je het warm, et cetera. Op deze manier bereidt je lichaam zich voor op ‘actie’: als er echt gevaar zou zijn, is je lichaam klaar om weg te rennen of om te vechten. Het bewijs hiervoor is simpel: ga maar eens heel hard rennen, dan merk je dat je lichaam dezelfde reacties geeft! Zodra je stopt met rennen zal je ademhaling kort daarna weer rustiger worden, je hartslag gaat weer omlaag, je gaat minder zweten et cetera. Het gaat dus om een heel gezonde en normale reactie van het lichaam. Toch is dit voor sommige mensen een hele heftige ervaring en raken zij hiervan in paniek. Hoe kan dit dan?
Er zijn veel onderzoeken gedaan naar paniekklachten, die aantonen dat het niet de lichamelijke spanningsuitingen zelf zijn die mensen bang maakt, maar de manier waarop iemand deze lichamelijke spanningen interpreteert. Deze interpretatie bepaalt hoeveel angst ze oproepen. Met andere woorden: als je denkt dat de lichamelijke reactie (bijvoorbeeld een hartklopping) een teken is dat er iets ergs gaat gebeuren (bijvoorbeeld dat je een hartaanval krijgt), dan zorgt dat ervoor dat je angstig wordt. En doordat je je angstig voelt, reageert je lichaam hier weer op door je lichaam klaar te maken om te vluchten of te vechten, en krijg je dus nog meer lichamelijk reacties (bijvoorbeeld nog ergere hartkloppingen).

De manier waarop je denkt over wat je voelt in je lichaam, bepaalt voor een groot deel hoe je je voelt. Dus stel dat je bij het voelen van hartkloppingen zou denken: “O, blijkbaar reageert mijn lichaam nu wat op spanning, het zal zo wel weer over gaan.”, dan word je daar niet angstig van.
 

De invloed van gedachten op gevoel


Het klinkt misschien wat gek dat je gedachten zoveel invloed hebben op je gevoel, maar dat gebeurt in het dagelijks leven de hele tijd. Een voorbeeld is dat je ’s nachts wakker wordt van een geluid. Persoon 1 denkt "dat is een inbreker!" en voelt zich angstig, verstopt zich of belt in paniek de politie. Persoon 2 denkt: "dat is de kat die beneden wat omgooit" en voelt zich ontspannen, draait zich om en valt weer in slaap. In dit voorbeeld zie je dat in precies dezelfde situatie, twee mensen heel andere gedachten hebben, waardoor de één zich angstig gaat voelen en de ander juist niet. De gedachten die je hebt over dingen die je in je lichaam voelt, bepalen zo ook voor een groot deel of je daar wel of geen angst bij voelt.
 

Wat kun je eraan doen?


Paniekklachten zijn vaak goed te behandelen door middel van psychologische behandeling en/of medicatie. Het belangrijkste bij paniekklachten is om te leren begrijpen én te gaan merken dat de lichamelijke reacties die je voelt, normale en gezonde reacties van je lichaam op spanning zijn. Een psycholoog kan je hier goed bij helpen, je uitleg geven en je een passende behandeling aanbieden. Het is namelijk belangrijk dat je ook gaat ervaren dat de lichamelijke reacties geen kwaad kunnen. Hiervoor is het nodig om de lichamelijke reacties expres op te roepen. Voor veel mensen die last hebben van paniekklachten is dit heel erg eng, ze zijn er namelijk van overtuigd dat de lichamelijke reacties betekenen dat er iets heel ergs zal gebeuren! De enige manier om te onderzoeken of deze gedachte wel of niet klopt, is door de lichamelijke reacties te ervaren en af te wachten of de voorspelling uitkomt. Pas als mensen merken dat er niets ergs gebeurt (ze krijgen geen hartaanval, ze worden niet gek, ze gaan niet dood), worden ze minder bang van de lichamelijke reacties en veroorzaken deze lichamelijke reacties ook geen paniekaanval meer.

Cognitieve therapie

De cognitieve therapie is erop gebaseerd om patiënten duidelijk te maken dat hun paniekgevoel het gevolg is van een verkeerde interpretatie van de lichamelijke verschijnselen die met de paniekaanvallen gepaard gaan. Uitgelegd wordt dat deze symptomen, in tegenstelling tot wat de patiënt denkt, ongevaarlijk zijn en niet wijzen op een lichamelijke ziekte.
Door de therapie wordt duidelijk gemaakt dat vanwege deze verkeerde interpretatie de paniek erger kan worden. Tevens wordt geleerd dat de paniekaanval altijd vanzelf overgaat en dat een hartstilstand of andere gevaarlijke consequenties nimmer optreden. Veelal heeft deze therapie in samenhang met gedragstherapie een goed resultaat.

Gedragstherapie

De gedragstherapie richt zich met name op het behandelen van het vermijdingsgedrag (agorafobie) dat het gevolg is van de paniekaanvallen. De gedragstherapie leert de patiënt om stapje voor stapje de confrontatie aan te gaan met datgene waar hij bang voor is. Een voorbeeld is de patiënt die niet met de bus durft te reizen. Hij wordt eerst gemotiveerd om bij de bushalte te gaan staan. De angst die dan zal optreden, moet hij leren verwerken door te ervaren dat er niets verschrikkelijks gebeurt. Wanneer hij verschillende malen heeft meegemaakt dat hij niet dood gaat, gek wordt of controle verliest, wordt de volgende stap genomen, bijvoorbeeld een halte met de bus reizen. Zo wordt het programma langzaam uitgebreid: twee haltes reizen, enzovoorts. Uiteindelijk zal de patiënt weer normaal in de maatschappij kunnen functioneren.

Combinatie van medicatie en cognitieve gedragstherapie

De meest werkzame behandeling van paniekaanvallen - al dan niet tezamen met agorafobie - is de combinatie van medicijnen en cognitieve gedragstherapie. Het voordeel is dat de patiënt vanwege de medicijnen betrekkelijk snel van zijn paniekaanvallen af is maar ook leert dat de paniekaanvallen geen levensgevaarlijke situaties zijn.
 

Relatie paniek en fibromyalgie


Mensen met fibromyalgie hebben vaker een paniekstoornis (gemiddeld 15%) dan mensen zonder een dergelijke diagnose (gemiddeld 4%). Hoe dit komt is nog onduidelijk. Misschien is het zo dat sommige mensen bepaalde kenmerken hebben (bijvoorbeeld in hun genen of in hun persoonlijkheid) die hen kwetsbaar maken voor meerdere soorten van stoornissen, zoals fibromyalgie, stemmingsstoornissen en angststoornissen. Maar de reden waarom fibromyalgie en paniekstoornis regelmatig samen voorkomen is nog onbekend.
 

Waarom iets doen aan de paniek?


Een paniekaanval kan erg heftig zijn en als zeer vervelend worden ervaren, wat voor veel mensen een belangrijke reden is om hulp te zoeken. Maar daarnaast kan het gebeuren dat mensen heel erg hun best doen om de lichamelijke reacties die ze zo eng vinden te voorkomen. Door situaties uit de weg te gaan die voor spanning zorgen en lichamelijke inspanning te voorkomen, hopen ze geen last meer te krijgen van paniekaanvallen Dit noemen we een paniekstoornis met agorafobie. Agorafobie betekent pleinvrees, maar de term wordt ook gebruikt voor het vermijden van veel uiteenlopende situaties. Bovendien zitten er ook veel nadelen aan het vermijden van plekken of situaties: het kan zelfs zo ver gaan dat sommige mensen amper meer hun huis uit durven. Dus naast de angst voor een paniekaanval zelf, kunnen er ook andere redenen zijn om de paniekstoornis te behandelen. Daarnaast kan het bij mensen met fibromyalgie zijn, dat paniekklachten de fibromyalgieklachten verergeren. Een extra reden dus om de paniekklachten aan te pakken!

Bronnen:
FES magazine nr 132 november/december 2010
http://www.invaliditeit.be/Paniekstoornis.html

Tijdscjrift VLFP nr 86 - augustus 2011