Lid worden

In het klassieke gezondheidsmodel heeft een patiënt een klacht die wordt onderzocht, benoemd, behandeld en genezen, zo nodig in het ziekenhuis. Waarna de zaak is afgehandeld. Liefst tachtig procent van de gezondheidsuitgaven passen niet meer in dat stramien. Ze betreffen chronische patiënten.


KENNISCENTRUM BEPLEIT OMSLAG NAAR CHRONISCHE GENEESKUNDE

BRUSSEL - De gezondheidszorg moet zich meer oriënteren op de chronische patiënt, zegt het Kenniscentrum Gezondheidszorg.

Het federaal Kenniscentrum Gezondheidszorg publiceert daarom een lijvig rapport dat de omslag bepleit van acute geneeskundige zorg naar chronische. Er is lang aan gewerkt, veel experts en belanghebbenden werkten eraan mee. Het bevat 20 beleidsaanbevelingen en 50 actiepunten. Het is het meest revolutionaire rapport van het KCE in zijn tienjarig bestaan.

‘Artsen moeten hun patiënten nu vooral leren leven met hun kwaal', zegt Jan Heyrman, prof huisartsgeneeskunde (KU Leuven). Die evolutie is deels een gevolg van de vergrijzing. Maar ze is er ook mee oorzaak van; de huidige behandelingen maken dat patiënten niet meer op jonge leeftijd overlijden aan een aandoening maar er oud mee worden. Zelfs sommige kankers evolueren naar chronische aandoeningen. Oudere patiënten hebben vaak meerdere chronische aandoeningen.

‘Niet elke afzonderlijke aandoening of elke afzonderlijke specialist moeten centraal staan en de maat aangeven', zegt Heyrman. ‘De patiënt en zijn mantelzorgers moeten dat doen. Essentieel is wat zij kunnen en willen behappen. Dat leidt ook tot efficiëntere zorg.'

Daarom vertrekt het chronische zorgmodel van de huisarts. Heyrman: ‘Het ziekenhuis en de specialismen blijven belangrijk, maar de zorg wordt van onderen uit opgebouwd, vanuit de eerstelijnszorg. We evolueren naar grotere huisartspraktijken die lokale teams voor chronische zorg worden, met ook speciaal opgeleide secretariaatsmensen, algemeen gevormde verpleegkundigen en zorgmanagers.'

In het Leuvense is zojuist al een kaap overschreden, zegt Heyrman: ‘De meerderheid van de huisartsen werkt niet meer solo of in duo, maar in een praktijk met minstens drie personen. Die evolutie zal verder gaan, naar praktijken met vijf of zes of meer artsen en andere zorgverleners die samen zo'n 10.000 tot 15.000 patiënten verzorgen.'

Zo'n systeem kan maar functioneren, zegt het KCE-rapport, als er goede elektronische patiëntendossiers zijn en een verfijnd eHealth-systeem dat onderlinge communicatie toelaat. Bovendien – en hier zit vaak de sterkste weerstand – is er een ander financieringsysteem voor nodig: niet meer per prestatie, maar forfaitair per patiënt.

Bron: De Standaard, 10 december 2012 - http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20121209_00397217
 

Hervorming chronische zorg vereist 'revolutie van de cultuur'


Het Kenniscentrum bracht een position paper uit over de organisatie van de chronische zorg in België. Die bevat 20 aanbevelingen en een 50-tal actiepunten. Een beter uitgebouwde eerste lijn, naadloze samenwerking met de tweede lijn en patient empowerment zijn enkele centrale punten.

Het ombouwen van de gezondheidszorg om het toenemende belang van chronische aandoeningen in de bevolking op te vangen, is internationaal een aandachtspunt. Ook België nam de laatste jaren tal van maatregelen om de zorg voor chronische patiënten te verbeteren. Maar de uiteenlopende projecten zijn gefragmenteerd en gericht op specifieke ziektebeelden.

Het KCE hield de aanpak in België tegen het licht, nam kennis van de internationale aanbevelingen, onderzocht enkele buitenlandse modellen en bekeek de wetenschappelijke literatuur. Het lichtte met de belanghebbenden de zwakke en de sterke punten van ons Belgisch model door. Vervolgens stelde het een position paper voor met 20 aanbevelingen en een 50-tal actiepunten. Die leveren stof voor de nationale conferentie die in het voorjaar over het onderwerp gehouden zou worden.

Chronische zorg vereist planning. Naast planning op ruime schaal ook een individueel zorgplan voor iedere patiënt. Dat moet niet alleen rekening houden met de medische behoeften, maar ook met de sociale en de psychologische en met de levensdoelen van de patiënt. Een pak werk, en dat kan zeker niet alleen door de huisarts gedaan worden. De position paper besteedt dan ook veel aandacht aan een bredere uitbouw van de eerste lijn en aan multidisciplinaire samenwerking om voor de routinezorg in te staan.

Er staat niet echt veel nieuw te lezen in de position paper, de meeste voorstellen klinken ondertussen wel vertrouwd. De huisarts moet meer routinetaken kunnen delegeren. Er moeten nieuwe functies en taken gecreëerd worden. De prestatiebetaling moet geleidelijk evolueren naar een meer gemengde financiering. De positie van de huisarts moet versterkt worden, door het huisartsenspecialisme beter te profileren in de opleiding en door de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

In complexe gevallen moet de huisarts steun krijgen van een case manager. Het eerstelijnsteam moet terug kunnen vallen op de bestaande lokale coördinatiestructuren en netwerken, die gestroomlijnd en verder uitgebouwd moeten worden.

Cruciaal is de rol van eHealth en eCare. De EMDs moeten een chronischezorgmodule krijgen (ccGMD), dat de basis vormt voor een gedeeld patiëntendossier en de coördinatie van de zorg. Indicatoren moeten ontwikkeld worden om de kwaliteit van de zorg te monitoren, maar dat moet zo weinig mogelijk registratie vereisen van nieuwe gegevens de ingebrachte gegevens moeten worden hergebruikt.

Uiteraard blijven ook gespecialiseerde centra (tweede en derde lijn) een hoofdrol spelen, bijvoorbeeld na de aanvankelijke diagnose en bij het optreden van complicaties, maar dat moet uitmonden in een continuüm van zorg. Specialisten moeten door het delen van hun expertise de eerste lijn ondersteunen. De overgang van eerstelijnszorg naar het ziekenhuis en omgekeerd moet naadloos gebeuren. Ontslagmanagers moeten helpen instaan voor de zorgcontinuïteit.

Het KCE legt ruime nadruk op patient empowerment, inclusief de mantelzorg. Patient empowerment vraagt om een gerichte en intensieve aanpak, met gelijktijdige inzet van uiteenlopende middelen, stelt de position paper. Andere belangrijke aandachtspunten zijn vroegtijdige opsporing, en het ontwikkelen van een strategische coördinatie op regionaal en op centraal niveau.

Dat sommige voorstellen op weerstand zullen stuiten, realiseert het KCE zich wel. Het delegeren van taken, bijvoorbeeld, is op het terrein lang niet zo vanzelfsprekend. Huisartspraktijken zijn vaak nog kleinschalig en steunen vooral op een informeel netwerk. De vrije keuze van de patiënt moet worden geherformuleerd om het werken met vaste teams mogelijk te maken. Het KCE spreekt over een revolutie in de cultuur van de zorgverleners. En het spreekt niet vanzelf om dat ordentelijk te verwezenlijken.

Bron: Artsenkrant, 14 december 2012