Lid worden

Volgend artikel geeft jullie alvast een voorsmaakje van onze voedingsbrochure.

 

Van al het goede

 

Fruit en groenten voorzien het lichaam van brandstof, daar ze rijk zijn aan koolhydraten. Fruit behoort tot de meest gezonde voeding die er is. Vruchten  bevatten vezels en slechts heel weinig vet, uitgezonderd olijven, kokos en avocado's. De enzymen die in groenten en fruit voorkomen zorgen voor een goede vertering en een efficiënte opname van voedingsstoffen. Maar vooral fruit en groenten bevatten enorme hoeveelheden fytonutriënten; dit zijn beschermende bestanddelen, waarvan de meeste antioxidanten zijn. Om het beste uit fruit en groenten te halen is het van belang te weten dat de meeste fytonutriënten in het pigment (kleur) van planten zitten. Zo bevatten donkergroene bladgroenten andere beschermende stoffen, dan gele of oranje groenten. De schil van (bio)komkommer bijvoorbeeld eet je dus best mee op. Hoe meer kleuren op je bord, hoe completer het gamma aan fytonutriënten.
 
Meer en meer artsen zijn ervan overtuigd dat een dagelijkse inname van drie tot vijf porties groenten en twee porties fruit het risico op hartaandoeningen, kanker en andere chronische degeneratieziekten kunnen verminderen.
 
De meest gezonde soort groenten zijn diegenen met een hoog gehalte aan organische zwavelverbindingen, zoals look, ui, broccoli en de andere koolsoorten.
Rijp fruit verteert makkelijk, omdat de natuurlijke suikers - glucose en fructose- onmiddellijk opgenomen kunnen worden. Een onrijpe banaan bijvoorbeeld is rijk aan zetmeel, maar bij een rijpe banaan is dit zetmeel omgezet in perfect verteerbare suikers.
 
Opgelet voor pompelmoes in combinatie met sommige andere stoffen. Een pompelmoes bevat de stof narangine, die enerzijds de werking van sommige medicijnen versterkt (nifedipine, cyclosporine) en anderzijds de afbraak van stoffen zoals cafeïne, coumarine en astrogenen afremt.
 
Fruit eet je ook best met de schil, maar kies dan wel biologisch geteelde vruchten. Anders krijg je eventueel nog een residu chemicaliën binnen. De schil van citrusvruchten mag je niet gebruiken, behalve als er uitdrukkelijk vermeld staat dat het vruchten met onbehandelde schil zijn. Tracht zoveel mogelijk seizoensfruit te eten en dan nog liefst lokaal biologisch geteelde vruchten.
 

In alle kleuren en smaken

 

Rood en oranje – carotenoïden

 
Carotenoïden zijn de voedingsstoffen in de planten die verantwoordelijk zijn voor de rode en oranje kleur. Ze vertegenwoordigen de grootste groep (> 600) natuurlijke pigmenten in de plantenwereld. Een aantal wordt omgezet in vitamine A.
 
Het meest actieve carotenoïde is bèta-caroteen, dat te vinden is in groene bladgroenten, wortelen, pompoenen en in geel-oranje fruit, zoals abrikozen, mango, perziken, papaja, sinaasappelen.
 
Een andere carotenoïde is lycopeen, een stof die rijkelijk aanwezig is in tomaten, en dan vooral in bereide tomaten. Tomatensaus is dus een betere bron van lycopeen, dan een rauw tomatenslaatje. Als je tomaten niet verdraagt of niet lust, kan je een kleine hoeveelheid lycopeen halen uit roze pompelmoes of watermeloen.
 

Blauw, rood en geel – flavonoïden

 
Flavonoïden zijn krachtige antioxidanten en beschermen tegen kanker en hartaandoeningen. Ze worden al eeuwen voorgeschreven door kruidengenezers bij bloedcirculatieproblemen, huidaandoeningen en ontstekingen. Recent is hun geneeskracht wetenschappelijk aangetoond.
 
Een belangrijke eigenschap van deze stoffen is dat ze de effectiviteit van vitamine C verhogen. De productie van stikstofoxide, een krachtig vrij radicaal, wordt op die manier in toom gehouden. Flavonoïden gaan bloedklontering tegen, beschermen tegen de oxidatie van de LDL-cholesterol en verlagen hoge bloeddruk.
 
Goede bronnen van flavonoïden zijn citrusvruchten, ui, peterselie, bessen, rozenbottel, kersen, blauwe druiven, papaja, meloen, pruimen, tomaten, broccoli, groene thee en rode wijn. De kleur van bloemen en vruchten is voor een groot deel te danken aan deze stoffen.
 

Groene blaadjes

 
Groene bladgroenten, zoals alle soorten sla, witlof, andijvie, kool, spinazie, waterkers, veldsla en postelein, bevatten veel vitaminen en mineralen – vooral calcium – en zijn rijk aan vezels. Hoe donkerder groen, hoe meer voedingsstoffen.
 
Rauwe spinazie bevat hoge dosissen luteïne, een stof die de aftakeling van de gele vlek in het oog tegengaat. Het is ook één van de weinige bronnen van alfaliponzuur, een krachtig antioxidant en bron van foliumzuur.
 
Kool bevat evenveel vitamine C per gewicht, als versgeperst sinaasappelsap en behoudt driekwart van de vitamine, zelfs na twee maanden bewaren op een koele plaats.
 

Van zaad tot bloem

 
Zaadgroenten of peulvruchten, zoals erwten, bonen en linzen zijn, als ze jong zijn, rijk aan natuurlijke suikers, maar die worden omgezet in zetmeel naarmate de zaden ouder worden. Erwtjes zijn rijk aan vitamine A en C, ijzer en vitaminen B-complex. In bonen vind je ook nog calcium, zink en kalium. Het zijn goede bronnen van vezels.
Daar peulvruchten een combinatie zijn van zetmeel en eiwitten, verteren ze niet zo makkelijk. Het zijn gezonde alternatieven als je vlees wil verminderen in je voedingspatroon, maar dan in beperkte hoeveelheid.
Sojabonen bezitten een voldoende hoeveelheid van alle essentiële aminozuren en ze worden dan ook beschouwd als een volledig eiwit. Soja bevat veel ziektebestrijdende fytochemicaliën die je niet terugvindt in andere voedingsproducten.
Sojabonen zijn rijk aan fyto-oestrogeen*, waardoor ze een zwakke hormoonachtige werking hebben. Ze bevatten veel isoflavonen (o.a. genisteïne), die een te hoog cholesterolgehalte kunnen verlagen, vooral dan de LDL-cholesterol.
 
Wortelgroenten zijn o.a. gewone aardappelen, zoete aardappelen of bataten, wortelen, bieten en rapen. De gele, oranje en rode variëteiten zijn rijke bronnen van caroteen, naast de aanwezigheid van vitamine B-complex. Onze klassieke oranje wortelen zijn rijk aan alfacaroteen (kankerbestrijder) en aan bètacaroteen (provitamine A). Wortelen zijn ook een bron van calciumpectaat, een vezelsoort die de bloedcholesterol doet dalen.
Aardappelen bevatten veel vitamine C en K. In de schil zit het meeste ijzer, calcium en vezels. Zoete aardappelen leveren driemaal de dagelijkse hoeveelheid bètacaroteen, meer kalium dan een banaan en heel wat vezels.
 
Stengelgroenten zijn o.a. selder en asperges. Ze vormen een goede bron van vitamine B-complex, caroteen, ijzer en vitaminen C en K. Asperges uit blik verliezen de helft van de voedingsstoffen tegenover de verse groenten.
 
Bloemende groenten vind je in de familie van de kruisbloemige planten. De bekendste zijn bloemkool, broccoli en spruitjes. Al deze planten zijn rijk aan natuurlijke zwavelverbindingen, hetgeen te ruiken is, maar dat mag geen reden zijn om deze erg gezonde groenten te mijden. Ze beschermen ons tegen toxische stoffen door de krachtige antioxidatieve werking. Het best kan je deze groenten zoveel mogelijk rauw of lichtjes gestoomd eten. Bij het koken, invriezen, blancheren of op een andere manier bereiden wordt de hoeveelheid vitamine C al snel gehalveerd.
 
Er zijn heel wat planten waarvan de bloem op zich ook eetbaar is, zoals klaver, paardenbloem of bernagie. Ze voegen naast een mooie toets vaak ook heel wat smaak toe aan een gerecht, zoals bijvoorbeeld de pittige smaak van de bloem van de Oost-Indische kers.
 

Fruitgroenten

 
Dit zijn groenten die eigenlijk de vrucht van de plant zijn, zoals tomaat, paprika, komkommer, peper, pompoen, courgette en avocado. Groene paprika's bevatten tweemaal zoveel vitamine C dan sinaasappels en rode pepers bijna viermaal zoveel voor eenzelfde gewicht.
Bij tomaten is het belangrijk om zongerijpte exemplaren te kiezen, die in het seizoen geteeld zijn. Buiten het seizoen worden ze groen geplukt en met ethyleengas tot rijping gebracht. Naast lycopeen bevat een tomaat ook coumarinezuur en chlorogeenzuur, twee stoffen die de vorming van de kankerverwekkende nitrosamines kunnen tegengaan.
Avocado's worden dikwijls vermeden omdat ze 'teveel vet' bevatten, nochtans is deze vrucht een goede bron van essentiële vetzuren, vitaminen C, K en B-complex.
 

Bolletjes gezondheid

 
Ui, look, sjalot, maar ook prei en lente-uitjes horen tot deze groep. Pijpajuin bevat tot viermaal meer vitamine C en tot 5000 maal meer vitamine A dan andere uivariëteiten.
Knoflook beschermt hart- en bloedvaten, en is een natuurlijk antibioticum. Het is tevens een goede bron van zwavel, selenium, caroteen, vitamine C en B-complex.
Uien bevatten, net als look, veel kankerbestrijdende stoffen, zoals kersitine. Deze flavonoïde is een antioxidant, die bekend staat om zijn ontstekingsremmende, antibacteriële, schimmelwerende en antivirale activiteit.
 

Kiemen

 
Uit de meeste zaden kunnen knapperige kiemen worden gekweekt. Zo kun je op een eenvoudige manier het hele jaar door binnenshuis levend en hoogwaardig voedsel laten groeien.
De voedingswaarde van gekiemde zaadjes ligt tot 300% hoger dan die van andere voedingsmiddelen. Ze bevatten een uitzonderlijk hoog gehalte aan vitaminen, aminozuren, enzymen en fytohormonen, die de vitaliteit van onze cellen versterken en hen voortdurend heropbouwen. Het vitamine C-gehalte kan tot 500 % toenemen tijdens het kiemproces. De meeste gekiemde zaden smaken lichtjes zoet, omdat het zetmeel (reservestof) al omgezet is in suiker (energie).
 
Om zelf te kiemen gebruik je uitsluitend zaden van biologische kwaliteit. Zaden van sesam, zonnebloem, tuinkers, alfalfa (luzerne), mosterd en radijs, maar ook peulvruchten en graansoorten zijn hiervoor geschikt. Afhankelijk van de soort smaken de jonge plantjes nootachtig, zoet of eerder scherp. In de handel vind je ook klaargemaakte mengsels van verschillende zaden, waardoor je een uitgebreid assortiment vitale stoffen binnenkrijgt.
 

Zeegroenten

 
Deze planten zijn in onze streken minder gekend als ingrediënt van ons dagelijks menu. Zeegroenten (= wieren of algen) bevatten jodium en kunnen op die manier een slecht werkende schildklier ondersteunen. Ze zijn rijk aan natuurlijke minerale zouten en stimuleren de spijsvertering en de nieren. Wieren in de voeding zijn eveneens goed tegen stress en helpen het lichaam om energie op  te slaan.
Wieren zijn lang te bewaren op een koele plaats. Ze zijn niet erg zout van smaak. Je vindt ze meestal in gedroogde vorm. Enkele soorten die je al vrij makkelijk in het grootwarenhuis of de natuurwinkel kan vinden zijn nori, wakame, kombu en dulse.


Bron: Voedingsbrochure VLFP – uitgave 2012