Lid worden

Stevia, een plantaardige zoetstof, is vanaf 2 december 2011 officieel toegelaten in Europa. Hoewel deze plant al eeuwenlang gebruikt wordt in Latijns-Amerika, werd het gebruik ervan in Europa lang verboden.

 
Suiker is alomtegenwoordig, ook waar je het niet zou verwachten, zoals in soep, sauzen, gehakt, groenteconserven en bereide schotels als lasagne en aardappelpuree. Suiker is een magisch ingrediënt voor de voedselindustrie: mensen vinden producten mét lekkerder dan producten zónder. Suiker helpt om voedsel langer te bewaren. En als je producten met suiker in de oven stopt, komen ze eruit met een mooie bruine korst.
 

Niets dan voordelen?

 
Stevia rebaudiana Bertoni, kortweg stevia, is een kleine struikachtige plant, die mogelijk een gezond alternatief voor suiker kan worden. Uit de bladeren van stevia kan stevioside gewonnen worden, een natuurlijk zoetstofconcentraat dat ruim driehonderd keer zo zoet is als suiker. Professor Geuns van het Laboratorium voor Functionele Biologie aan de K.U.Leuven doet al ruim twintig jaar onderzoek naar de eigenschappen van stevia. “In vergelijking met suiker heeft stevioside bijna geen negatieve eigenschappen. Het is stabiel, wat betekent dat de chemische structuur ook bij hoge temperaturen niet verandert. Andere grote voordelen van stevia zijn dat het geen of heel weinig calorieën bevat en niet slecht is voor de tanden. Stevioside kan voor diabetici en obese mensen een gezond alternatief zijn voor suiker ”.
 
Hoge concentraties stevioside zouden volgens professor Geuns ook farmacologische effecten hebben. “Patiënten met hypertensie die stevioside namen, noteerden een lagere bloeddruk. Steviosode heeft ook enkele veelbelovende eigenschappen die nuttig kunnen zijn in de behandeling van type 2-diabetes. Het verlaagt de bloedspiegel glucose en verhoogt tevens de gevoeligheid voor insuline. Stevioside voorkomt tenslotte ook aderverkalking en bovendien zijn er geen nevenwerkingen bekend.”
 
Ook voor het milieu ziet professor Geuns voordelen. "Doordat de zoetstof 300 keer zoeter is dan suiker, is er veel minder ruimte nodig voor de planten. Als je het bijvoorbeeld vergelijkt met suikerbieten, zou een veld stevia dat 5 keer kleiner is evenveel zoetkracht opleveren." Nadeel is misschien dat stevia lichtjes anders smaakt dan suiker. "De meeste mensen vergelijken de nasmaak met die van zoethout. Een kwestie van wennen. In hoge dosissen krijg je wel een bittere smaak."
 
In landen als Brazilië, Paraguay, Korea, Maleisië, Mexico, Israël en Japan is stevia al jarenlang ingeburgerd. In Frankrijk is rebaudioside A, een andere zoetstof van stevia, al langer toegelaten.
 

Wat zijn steviolglycosiden?

 
De zoetstoffen uit de steviaplant hebben de verzamelnaam steviolglycosiden gekregen, waarvan stevioside en rebaudioside A de meest voorkomende zijn. Rebaudioside A heeft één glucose-eenheid meer dan stevioside, is iets zoeter van smaak, en bezit een minder bittere en zoethoutachtige bijsmaak .
 
Steviolglycosiden uit de blaadjes van de plant Stevia rebaudiana Bertoni worden doorgaans bekomen door extractie. Het eindproduct is een wit poeder te vergelijken met poedersuiker.
 

Etikettering

 
Voedingsbedrijven die steviolglycosiden gebruiken mogen dit niet onder de noemer ‘Stevia’ vermelden op hun verpakking. In de ingrediëntenlijst moet de officiële naam (steviolglycosiden) of het E-nummer (E960) gebruikt worden. Er mag dus niet gesproken worden van rebaudioside A of steviabladextract.
Er moet bovendien ook op de verpakking staan 'met zoetstof(fen)' of 'met suiker(s) en zoetstof(fen)'.
 

Aanvaarde Dagelijkse Inname (ADI).

 
Ieder toegelaten additief is veilig voor de consument. Dat is het uitgangspunt van de Europese wetgever. Eén van de karakteristieken die hierbij gehanteerd wordt, is de Aanvaarde Dagelijkse Inname (ADI). Voor de steviolglycosiden bedraagt de ADI 4 mg steviolequivalenten per kg lichaamsgewicht per dag. Steviolequivalenten is een begrip dat ingevoerd werd om de verschillende steviolglycosiden, die allen een ander moleculair gewicht hebben, op een zelfde manier te behandelen. De ADI van 4 mg per kg lichaamsgewicht was bij indiening van het dossier in 2009 de enige waarde die toen reeds beschreven was in de literatuur. Op vandaag zijn al meerdere studies uitgevoerd. Deze geven aan dat een ADI van 8 mg/kg gehanteerd zou kunnen worden.
 
De ADI van 4 mg per kg lichaamsgewicht, zorgt voor beperkingen in de hoeveelheden die door de industrie gebruikt mogen worden. Er wordt verondersteld dat de soft drinks de grootste aanbrengers zullen zijn van steviolglycosiden; 15 productcategorieën, waaronder bijvoorbeeld koekjes, zijn uit de boot gevallen en mogen steviolglycosiden niet gebruiken.
 

Een haar in het surrogaat

 
Alle voordelen ten spijt heeft stevia ook enkele nadelen in vergelijking met suiker.
De natuurlijke zoetstof heeft een dropachtige nasmaak die langzaam opkomt en even aanhoudt, wat ze minder geschikt maakt voor gebruik in gerechten met een zachte smaak, zoals room en vanille. Een combinatie van gewone suiker en stevia zou dat kunnen opvangen.
Een ander nadeel is dat stevia niet bruin kleurt bij bereidingen waar hitte mee gemoeid is. Met andere woorden: stevia is niet geschikt om te karamelliseren.
Ten slotte zal de kostprijs parten spelen: stevia is vooralsnog een duur alternatief.
 
 
Bronnen:

  • Bodytalk december 2011
  • www.hln.be
  • www.humo.be
  • www.kuleuven.be/nieuws/berichten/2010/pb19_03_2010b.html
  • www.flandersfood.com/sites/default/files/ct_artikel/11/11/24/Stevia%20Dossier_0.pdf