Lid worden

Op 18 november 2013 lanceerden we vanuit VLFP op vraag van een zelfstandig diëtiste een enquête rond “De invloed van voeding op CVS en fibromyalgie”. De resultaten daarvan zullen de meeste van ons niet verbazen.

Enerzijds is er rond voeding en ME/CVS en/of fibromyalgie enorm veel positiefs te vinden op het internet. Anderzijds biedt deze literatuur weinig wetenschappelijke houvast. Een navraag onder klassieke reumatologen levert telkens hetzelfde antwoord: “Er bestaat geen enkele relatie tussen voeding en reuma/fibromyalgie.“

Elke rechtschapen diëtist hoort evidence based te werken. Maar hoe frustrerend is het wel niet om het zo snel groeiende aantal patiënten met ME/CVS/FM te moeten vertellen dat er geen wetenschappelijk aangetoond verband is met zogenaamd aangepaste voeding?  En toch ziet C. in haar praktijk als zelfstandig diëtiste meer en meer mensen die beweren minder klachten te hebben als ze bepaalde voedingsmiddelen mijden. Uit haar 25 jaar ervaring had ze een vermoeden dat ze graag bevestigd of ontkend wilde zien. Het is uiteraard haar taak om neutraal te blijven in heel deze kwestie.  Daarom stelde ze twee enquêtes op. Eén enquête voor collega’s-diëtisten om te weten te komen hoe vaak zij in contact komen met mensen met ME/CVS/FM en hoeveel zij over een aangepast dieet weten. Het resultaat is erg bedroevend. Maar ook weer begrijpelijk, omdat er geen wetenschappelijke literatuur over bestaat. Een tweede enquête was bestemd voor mensen met ME/CVS/FM. Met de hulp van VLFP konden patiënten de enquête invullen.
 
Maar liefst 1063 mensen namen deel aan de enquête, van wie 843 al binnen één week. Dit getuigt niet alleen van een enorm grote interesse, maar ook van een erg grote vraag naar hulp.
 

Graag sommen we de belangrijkste resultaten op.

 
Van de 1063 inzendingen hadden 5,1% ME/CVS, 48,6% fibromyalgie en 46,3% ME/CVS én FM. De enquête werd verzonden door de Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-Patiënten (VLFP), wat het grote percentage fibromyalgie patiënten verklaart.
 
Een groot percentage (32%) voelt zich al beter door enkel gezond te eten. Gezonde, vezelrijke voeding geeft immers een betere darmwerking, wat de algemene gezondheid ten goede komt. En een gezonde voeding zorgt uiteraard ook voor meer energie. Elk beetje extra energie is voor een ME/CVS-patiënt meer dan welkom. Dit verklaart ook meteen waarom zoveel mensen meer klachten hebben als ze te veel suikers eten. Deze snelle suikers geven suikerpieken in je bloed die vrijwel meteen gevolgd worden door suikerdips, dus een gevoel van energieverlies.
 
 
Wat opvalt, is dat maar liefst 436 personen intolerant zijn voor bepaalde voedingsmiddelen. Dit cijfer is hoog, te meer omdat 230 personen geen rekening houden met hun voeding. Dus misschien zitten ook daar mensen tussen die niet beseffen dat ze een intolerantie hebben.
 
De meest voorkomende intolerantie (236) is die voor lactose of melksuiker. Het is niet de bedoeling dat je meteen al de verpakkingen van voedingsmiddelen gaat aftasten op het woord lactose. Dit wil ook niet zeggen dat je alle melkproducten moet vermijden. Melk hoort immers wel thuis in een gezonde voeding. Anderzijds wijst de enquête ook uit dat het merendeel van de inschrijvers helemaal niet reageert op lactose.
 
Je kan op twee manieren te weten komen of je lactose al dan niet goed verdraagt. Je kan een lactosetest laten uitvoeren in het ziekenhuis. Dit kost je een halve dag en weer (onnodige) centen. Je kan ook de koemelkproducten in je voeding gedurende twee tot drie weken vervangen door lactosearme alternatieven, zoals sojadrinks, lactosearme koemelk, hazelnoot- of amandelmelk,…
Als je geen beterschap voelt, kan je weer je koemelkproducten gebruiken zoals voordien. Voel je je wel minder opgeblazen en heb je een betere darmwerking, dan blijf je producten met lactose beperken. De meeste mensen die lactose-intolerant zijn, verdragen tot één glas gewone koemelk per dag. Dus onnodig om alles te elimineren. Je moet zelf voelen hoeveel je lichaam aankan.
 
Ook reageren 135 en 128 personen respectievelijk op gluten en tarwe. Als je zelf een vermoeden hebt dat dit ook voor jou wel eens van toepassing kan zijn, kan je best eerst door je huisarts een bloedtest te laten doen op coeliakie. Als die positief is, kan je wonderbaarlijke resultaten verwachten van een glutenvrij dieet. Als de test negatief is, kan je huisarts je hierover nog wel meer vertellen.
 
Blijkbaar zijn er echter ook heel wat mensen die geen coeliakie hebben, maar toch minder klachten vertonen als ze gluten of tarwe mijden in hun voeding. Let wel: glutenvrij is zeker niet altijd tarwevrij en ook omgekeerd niet. Aan de hand van een voedingsdagboek kan je misschien een patroon vinden in je klachten. Een diëtiste kan je hierbij vaak helpen.

Er werden in de enquête ook dikwijls voedingsmiddelen aangehaald die na het eten ervan meer klachten geven. Deze lijst bevestigt het vermoeden op de grote aanwezigheid van pseudo-allergieën. Dit is vermoedelijk de reden waarom vele artsen blijven zeggen dat er geen wetenschappelijk verband is tussen de ziekte en voeding. Een echte allergie kan je opsporen in het bloed. Een pseudo-allergie daarentegen is niet opspoorbaar, maar ze maakt je wel ziek. Veel personen reageren op histaminerijke voedingsmiddelen. Vaak kan de dader aan de hand van een klachten-voedingsdagboek opgespoord worden.
 
En dan rest er nog de boosdoener fructose. Dit geldt uiteraard enkel voor mensen die fructose niet goed verteren. Voor de rest is er echt niets mis met fructose.
 
Het is niet meteen de bedoeling om je hele voedingspatroon om te gooien. Een grote meerderheid is immers helemaal niet intolerant. Dat neemt niet weg dat je best gezond eet. Je kan eventueel een dagboek bijhouden met voeding en klachten.
 

Is tarwevrij ook glutenvrij, en andersom?

 
Al die termen kunnen best verwarrend zijn. Tarwevrij en glutenvrij, voor sommige mensen is het bijna hetzelfde. Toch is dit niet waar, het zijn twee heel verschillende dingen.
Hoe zit dat nu precies?
 
Gluten is een eiwit dat voorkomt in alle graansoorten. Glutenintolerantie wordt veroorzaakt door de stof gliadine die in gluten aanwezig is. Sommige graansoorten hebben gluten die geen gliadine bevatten. Verwarrend is echter dat men met de term glutenvrij de graansoorten bedoelt die geen gliadine in hun gluten hebben. Dit zijn rijst en maïs, maar ook boekweit, teff, quinoa, gierst, amarant.
De gluten in tarwe bevatten wel gliadine. Tarwe wordt dus vermeden door mensen die glutenvrij eten. Maar ze vermijden nog veel meer gluten, bijvoorbeeld deze in rogge, spelt, kamut, bulgur. Glutenvrij eten beperkt zich dus niet tot tarwe, maar tot meer granen.
 
Nu zou je denken dat glutenvrij automatisch tarwevrij is. Dit is ook vaak zo.  Er is wel een maar. Sommige glutenvrij gemaakte producten zijn gemaakt van tarwe waar de gluten uitgehaald zijn. Glutenvrije eters kunnen dit dus wel eten, maar mensen met een tarwe-intolerantie niet.
 

Fibromyalgie en voedingssupplementen

 
Uit de enquête komt tevens naar voor dat ruim 82% van de deelnemers voedingssupplementen gebruikt met magnesium als koploper.
Ook Omega-3-vetzuren, Co-enzyme Q10, vitamine C en glucosamine zijn populaire supplementen.
 
Magnesium
 
In de botten zorgt magnesium ervoor dat calcium zich in het bot inbouwt. Dat je calcium nodig hebt voor goede beenderen wist je ongetwijfeld al, maar magnesium is op dat gebied even vitaal als calcium. De twee werken zelfs nauw samen. Zo zorgt magnesium ervoor dat het bot minder broos is en dat het calcium beter opneemt.
 
Behalve je botten kunnen ook je spieren niet zonder de vereiste hoeveelheid magnesium. Zo draagt magnesium bij tot het spannen en het ontspannen van de spieren, waardoor verkramping tegengegaan wordt. Je spieren (zelfs je hartspier) worden sterk en soepel.
Bij je mentale welzijn speelt magnesium eveneens een rol. Het wordt niet voor niets een natuurlijk antistressmiddel genoemd: omdat magnesium een kalmerende werking heeft op het zenuwstelsel, zorgt het ervoor dat je stress de baas bent. Bovendien geeft magnesium je een energieboost waardoor je vrolijker door het leven gaat.
 
Een tekort aan magnesium kan zich uiten in nachtelijke krampen in kuiten, voeten of rug, prikkeling in handen en voeten of PMS. Maar ook angst, depressie, een opgezwollen onderbuik, een sterke drang naar zoet of een grote eetlust, slapeloosheid en vochtretentie kunnen wijzen op een magnesiumgebrek.
Door het bereiden van voedsel wordt een groot deel van het mineraal inactief. Door stress, vermoeidheid en emotionele druk is de echte behoefte aan magnesium groter dan normaal wordt aangenomen.
 
Omega-3 vetzuren
 
Zowel de omega-3 vetzuren EPA als DHA zijn onmisbaar voor de opbouw en vernieuwing van de cellen in het ganse lichaam. Naast de positieve invloed op de hersenen, hebben EPA en DHA vooral een ontsteking werend effect door het afremmen van hormonen die infecties bevorderen. Je kan DHA vergelijken met de bouwstenen voor de wanden van de hersencellen, terwijl EPA de energie levert. Om ontstekingen te verzachten is EPA belangrijker.
 
Co-enzyme Q10
 
Co-enzyme Q10 is een natuurlijke stof die voor het grootste deel door ons lichaam zelf wordt aangemaakt, namelijk in de lever. Daarnaast nemen we deze stof voor één derde op via onze voeding.
 
Ons lichaam is één grote energiefabriek. Elke cel is een minicentrale die elke dag opnieuw energie levert. Energie ontstaat door omzetting van voedingsstoffen in de cellen. Co-enzym Q10 speelt daarbij een belangrijke rol. Door de stof als supplement te gebruiken, verzorgen we de energieproductie in de cellen op een natuurlijke manier.
 
Vitamine C
 
Vitamine C versterkt het immuunsysteem en stimuleert de weerstand tegen verkoudheden, griep, infecties en kanker. Vitamine C gaat vroegtijdige veroudering tegen en houdt tandvlees, tanden, botten en huid gezond. Aangezien het lichaam geen vitamine C kan opslaan moet je deze regelmatig opnemen via de voeding.
Bij een gezonde voeding met minstens vijf porties fruit en groenten per dag is een supplement niet nodig. Neem je toch extra vitamine C, dan best onder de vorm van natuurlijke acerolavitamine C.
 
Glucosamine
 
Glucosamine is een lichaamseigen stof, die o.a. zorgt voor de aanmaak en opbouw van gewrichten, banden, kapsels, nagels en huid. Het stimuleert de aanmaak van kraakbeencomponenten en speelt een rol bij de productie van gewrichtsvloeistof. Bij het ouder worden verliezen veel mensen het vermogen om deze stof in voldoende mate aan te maken. Zonder glucosamine is er geen smering van de gewrichten, waardoor ze verslijten en bewegen pijn gaat doen.
Uit een Britse studie blijkt dat glucosamine net zo goed werkt als ibuprofen bij bestrijding van pijnklachten vooral bij mensen met artritis. Deze opmerkelijke resultaten werden gevonden door het vergelijken van de effecten van 1200 mg ibuprofen of 1500 mg glucosamine. Op lange termijn bleek glucosamine een beter resultaat te hebben dan ibuprofen. Het supplement verbeterde vooral het dagelijks functioneren van de patiënten met artritis en artrose.
Glucosamine veroorzaakt bij sommige mensen wel lichte klachten, meestal overtollig maagzuur en misselijkheid. Over het algemeen kunnen deze bijwerkingen voorkomen worden door glucosamine in te nemen met één of twee glazen water of door er iets bij te eten.
 
Bronnen: Tijdschrift VLFP nr 98 – augustus 2014