Lid worden

Je eerste opdracht is uitzoeken welke job vandaag bij je past. Wat vind je leuk om te doen? Waar ben je goed in? De job moet aangepast zijn aan je mogelijkheden en je beperkingen. Analyseer dus goed wat je wel en niet kan. Welke invloed heeft de ziekte op je werk? Hoe beïnvloedt het werken je ziekte?


Voordracht Vlaams Patiëntenplatform VLFP-ontmoetingsdag 23/10/2011 Malle

 

Op zoek naar een baan.


Vind je het moeilijk om uit te maken welke job bij je past? Of weet je niet hoe eraan te beginnen? Stap dan naar de Werkwinkel van de VDAB. Daar vind je een overzicht van alle mogelijkheden. Op basis van een aantal vragen maakt een VDAB-consulente een profiel van je op. Samen zoeken jullie een job die daarbij past. In de Werkwinkel kan je ook terecht voor sollicitatietraining, opleiding, vorming, begeleiding op de werkvloer, … Als werkzoekende moet je je ook inschrijven bij de VDAB.

Het adres van een Werkwinkel in je buurt krijg je via het nummer 0800/30700 of op de website www.vdab.be/contact. Je kan ook terecht in het VDAB-kantoor van je gemeente.

Kan de VDAB je zelf niet voldoende helpen, dan word je wellicht doorgestuurd naar GTB (vroeger ATB), de dienst voor Gespecialiseerde Trajectbepaling- en Begeleiding. Deze dienst begeleidt werkzoekenden met een arbeidshandicap naar een plaats op de arbeidsmarkt via een intensief, planmatig en fasegewijs traject.

Onderschat ook de kracht van je netwerk niet! Vertel aan zoveel mogelijk mensen dat je op zoek bent naar werk! Familie, vrienden, vroegere collega’s,… kunnen je helpen zoeken.
Solliciteer actief door een brief te sturen naar bedrijven of organisaties waar je graag wil gaan werken.
 

De sollicitatiebrief


Met een goede sollicitatiebrief en een slim opgesteld cv zet je de deur van een potentiële werkgever op een kier. Net als gezonde kandidaten moet je ervoor zorgen dat je positief opvalt. Je vertelt beknopt en boeiend wie je bent en wat je te bieden hebt. Je beschrijft je opleiding, je werkervaring (ook vrijwilligerswerk), speciale vaardigheden en interesses die aansluiten bij de job. Je verwoordt ook overtuigend waarom je precies dié job wil en waarom je er de geknipte persoon voor bent.

Misschien maak je je zorgen over het gat in je cv. Door je ziekte kunnen er inderdaad langere periodes zijn waarin je niet werkte of geen opleiding hebt gevolgd. Dat roept bij een werkgever vragen op. Er bestaat een slim trucje om zo’n hiaat te camoufleren: omschrijf de verschillende studie- en werkperiodes niet met precieze data, maar met jaren. Maak je er ook niet te druk over. Ook bij mensen zonder beperkingen komen zulke periodes voor, bijvoorbeeld omdat ze werkloos waren of voor een ziek familielid hebben gezorgd.

Is je ziekte of handicap niet meteen van belang voor de job waarvoor je solliciteert, dan is het ook niet nodig dat je er in je sollicitatiebrief over schrijft. Het gaat om informatie die tot je privéleven behoort en die je niet aan je werkgever moet meedelen.
Anders is het natuurlijk wanneer je ziekte of handicap wél een invloed heeft op het uitvoeren van de job. In dat geval kan je er best met je werkgever over spreken. Je kan ervoor kiezen om dat al in je sollicitatiebrief te doen, maar je kan er ook mee wachten tot je uitgenodigd wordt voor een gesprek. Dan ben je er zeker van dat je dezelfde kansen krijgt als alle andere kandidaten.
 

Het sollicitatiegesprek


Tijdens een sollicitatiegesprek krijg je nauwelijks een half uur of een uur om een werkgever van je kwaliteiten te overtuigen. Hoe beter je voorbereid bent, hoe beter je die korte tijd kan benutten. Je mag ervan uitgaan dat de werkgever je meer details zal vragen over je studies, je professionele en andere ervaringen, bijkomende opleidingen, … Je zal wellicht moeten uitleggen waarom de job je interesseert, welke je sterke en zwakke punten zijn, waarom jij de meest geschikte persoon bent, wat je aantrekt in de onderneming of de organisatie, … In bijlage vind je ook een overzicht van mogelijke opdrachten of testen die gebruikt worden tijdens een sollicitatieprocedure. Bij de VDAB kan je ook een sollicitatietraining volgen.

Bij de voorbereiding moet je vooral ook beslissen wat je wel en niet kwijt wil over je ziekte. Dan voel je je niet overvallen als het onderwerp opduikt. Sommige mensen houden eraan over hun ziekte te vertellen, andere mensen juist niet. Aan beide keuzes zitten voor- en nadelen vast.

Volgens de wet ben je verplicht om alles te melden wat van direct belang is voor het uitoefenen van de job. Vormt je ziekte of aandoening een gevaar voor je eigen veiligheid, de veiligheid van je collega’s of derden, dan ben je verplicht je werkgever te informeren.
 

Je vertelt best ook over je ziekte


- als je op voorhand weet dat je een aantal dagen per maand afwezig zal zijn. Zo kan je ook samen zoeken naar een oplossing;
- als je nood hebt aan aangepaste werkuren, bijvoorbeeld omdat je verzorging ’s morgens veel tijd in beslag neemt;
- als je trager werkt dan andere werknemers, minder productief bent en hiervoor een loonkostsubsidie ontvangt.

Ook wanneer je ziekte of handicap zichtbaar is, kan je overwegen om erover te spreken. Misschien heeft de werkgever vooroordelen over je aandoening en loop je het risico dat hij je verkeerd inschat. Je kan zelf het initiatief nemen en zeggen: “U denkt misschien dat iemand met mijn ziekte minder goed presteert dan een ander, maar …”

Een bijkomende reden om over je ziekte te vertellen is het feit dat je misschien in aanmerking komt voor ondersteunende tewerkstellingsmaatregelen (zie verder). Voor sommige werkgevers zijn subsidies een extra troef.

Na de aanwerving kan het zijn dat de werkgever een gezondheidsbeoordeling vraagt. Vroeger heette dat het medisch onderzoek. Als de gezondheidsbeoordeling deel uitmaakt van de selectieprocedure, moet dat uitdrukkelijk vermeld worden in de advertentie. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een job als politieagent of brandweerman. Een gezondheidsbeoordeling mag echter pas op het einde van de selectieprocedure gebeuren en mag niet dienen om te selecteren. Je wordt dus aangenomen onder voorbehoud van een medische goedkeuring.
 

Redelijke aanpassingen


Iedere werknemer heeft recht op een redelijke aanpassing. Daarmee bedoelt de wetgever “een aanpassing die geen onevenredige belasting betekent of waarvan de belasting in voldoende mate gecompenseerd wordt door bestaande maatregelen”. Maar wat betekent dat in de praktijk?

Voor mensen met een chronische ziekte volstaan soms vrij eenvoudige aanpassingen:

    het verplaatsen van de kopiemachine om lange, vermoeiende afstanden te vermijden;
    een herschikking van taken tussen werknemers (bv. enkel klanten in de nabijheid van de onderneming om extra verplaatsingen te vermijden);
    steun van een collega;
    een flexibele pauze om te kunnen eten als dat nodig is;
    een kantoorruimte in de nabijheid van een toilet;
    een parkeerplaats bij de ingang van het bedrijf;
    flexibele werkuren om het werk te combineren met een behandeling (bv. kinesitherapie);
    een pauze voor het innemen van medicatie.
 

Ondersteuningsmaatregelen


Om de tewerkstelling van personen met een handicap en chronische ziekte te bevorderen, werden er in 2008 grote wijzigingen doorgevoerd in het Vlaamse tewerkstellingsbeleid.

Er zijn vijf bijzondere tewerkstellingsondersteunende maatregelen (BTOM’s):

    Tegemoetkoming in de kosten van arbeidsgereedschap en -kleding en arbeidspostaanpassing;
    Tegemoetkoming in de verplaatsingskosten van en naar het werk of opleiding;
    Bijstand van tolken voor doven of slechthorenden;
    Vlaamse Ondersteuningspremie (VOP);
    Werken in een beschutte werkplaats.

De VOP is een loonkostsubsidie die kan aangevraagd worden door de werkgever. In het Besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 staat de volgende definitie: “Tegemoetkoming aan een werkgever die een persoon met een arbeidshandicap aanwerft of heeft aangeworven, of aan een zelfstandige met een arbeidshandicap ter compensatie van de kosten van de inschakeling in het beroepsleven, de kosten van ondersteuning en van verminderde productiviteit.”

Het eerste jaar van de tewerkstelling is het bedrag van de VOP 40% van de loonkost, vanaf tweede jaar 30%, vanaf het derde jaar 20%. Dit wil zeggen dat iemand die al drie jaar bij een bepaald bedrijf werkt, dan een VOP aanvraagt, reeds terugvalt op een VOP van 20%. Dit wil ook zeggen dat als je van werk verandert, je opnieuw een loonkostsubsidie van 40% kan ontvangen. Er is wel altijd de mogelijkheid om een verhoogde VOP aan te vragen, indien het percentage de ondersteuningsnood niet dekt. De verhoogde VOP is mogelijk tot 60%.

Vanaf oktober 2010, amper twee jaar na dat de VOP van kracht is, heeft de Vlaamse Regering besloten om te besparen op de VOP. De besparing situeert zich op het percentage van de VOP, een loongrens die werd ingevoerd en een evaluatie die men voorziet nadat men 5 jaar een VOP heeft ontvangen. Het Vlaams Patiëntenplatform vzw heeft hard geijverd om deze besparingen niet te laten goedkeuren. Spijtig genoeg zijn deze er wel door gekomen.
 

Gespecialiseerde diensten binnen VDAB


Binnen de VDAB zijn een aantal gespecialiseerde diensten opgericht voor mensen met een arbeidshandicap:

GTB: De gespecialiseerde trajectbepalings- en begeleidingsdienst (GTB) en VDAB zijn partners in het begeleiden van werkzoekenden naar een job. GTB werkt enkel voor de groep van mensen met een arbeidshandicap. De trajectbegeleiders van een GTB zijn ook aanwezig in de lokale werkwinkels van de VDAB. Personen met een arbeidshandicap hoeven niet steeds via het gespecialiseerde circuit geholpen worden, zij kunnen ook het gewone circuit van de VDAB volgen;
GA: De gespecialiseerde arbeidsonderzoeksdienst (GA) maakt samen met de persoon een diagnose van de arbeidscompetenties en stelt op basis hiervan een oriëntering op naar de arbeidsmarkt;
GOB: De gespecialiseerde opleidings-, begeleidings- of bemiddelingsdienst (GOB) biedt opleiding op de werkvloer en helpt om een passende job te vinden;
GIBO: Een gespecialiseerde individuele beroepsopleiding (GIBO) biedt een individuele beroepsopleiding, met de verplichting voor de werkgever om nadien een contract aan te bieden. Een GIBO kan momenteel niet voor RIZIV-gerechtigden omwille van knelpunten in de wetgeving.

Vaak willen mensen die een uitkering van het RIZIV ontvangen zich niet inschrijven bij de VDAB om zo te het risico te vermijden hun uitkering te verliezen omdat de adviserend geneesheer hen arbeidsgeschikt zou kunnen beoordelen bijvoorbeeld bij het volgen van opleiding. De VDAB heeft voor deze groep RIZIV-gerechtigden een speciale inschrijvingscode voorzien, de code 32. Indien je je via deze code inschrijft, worden de gegevens niet doorgegeven. Om via code 32 ingeschreven te worden, bel je naar de servicelijn van de VDAB (0800/30700) of ga je langs in een lokale werkwinkel. Zelf inschrijven via deze code via de website kan niet.
 

Toegelaten arbeid of progressieve tewerkstelling


Arbeidsongeschikt verklaard worden door de adviserend geneesheer van de mutualiteit betekent niet automatisch dat je geen betaalde job meer kan uitoefenen. Voor werknemers uit de privésector en zelfstandigen voorziet de wetgever toegelaten arbeid, een systeem waarbinnen je het werk gedeeltelijk hervat. Werknemers die tewerkgesteld zijn in het systeem van toegelaten arbeid, behouden het recht op een uitkering van het ziekenfonds naast het loon van de werkgever. De som van het beroepsinkomen en de (verminderde) uitkering liggen altijd hoger dan het bedrag van de uitkering indien je niet werkt.

Progressieve tewerkstelling is geen recht. De adviserend geneesheer staat de betrokkene een gunst toe om het werk gedeeltelijk te hernemen zoals bijvoorbeeld 4 uren per dag te werken. De adviserend geneesheer bepaalt voor welke periode de toelating geldt, welke taken men mag verrichten, op welke uren en dagen men mag werken. Je dient je nauwkeurig te houden aan de gestelde voorwaarden en uiteraard moet je je nog steeds aan bieden op de raadpleging bij de adviserend geneesheer ter controle wanneer deze daarom verzoekt. De adviserend geneesheer zal je om de zes maanden oproepen om je gezondheidstoestand te onderzoeken tenzij de medische elementen in je dossier een onderzoek op latere datum rechtvaardigen.

Hoewel in de wetgeving geen maximale duur van tewerkstelling in het systeem van toegelaten arbeid is opgenomen, gaan sommige adviserend geneesheren wel van de veronderstelling uit dat iemand in dit systeem evolueert naar een voltijdse tewerkstelling.
Bovendien is het volgens heel wat adviserend geneesheren niet mogelijk om meer dan 50% te gaan werken omdat je dan als ‘arbeidsgeschikt’ beschouwd wordt en dus geen uitkering meer ontvangt. Ten gevolge van een bepaalde chronische ziekte of aandoening zijn sommige personen met een chronische ziekte niet meer in staat om voltijds te gaan werken maar kunnen nog wel meer dan halftijds gaan werken. Personen met een chronische ziekte moeten dus in het systeem van toegelaten arbeid ook de mogelijkheid hebben om bijvoorbeeld 20%, 65% of 70% te werken. De huidige wetgeving laat dit toe maar adviserend geneesheren interpreteren de wetgeving niet altijd op deze manier.
 

Voordeel voor de werkgever: geen gewaarborgd loon

Werkgevers reageren niet altijd positief op het feit dat een bepaalde werknemer een chronische ziekte heeft, omdat hij denkt dat deze misschien vaak afwezig zal zijn. Voor je werkgever is het belangrijk te weten dat als je tewerkgesteld bent binnen het systeem van toegelaten arbeid, de werkgever geen gewaarborgd loon moet uitbetalen bij ziekte. Dit heeft voor de werkgever als voordeel dat hij enkel de effectief gepresteerde uren dient te betalen.
 

Papierwerk

Om een tegemoetkoming te ontvangen in het kader van toegelaten arbeid, moet je als werknemer iedere maand aan de mutualiteit je loongegevens doorgeven. Hiervoor moet je bij je werkgever een document ‘Inkomstenverklaring van een toegelaten activiteit’ laten invullen.
 

Omnio-statuut of verhoogd kinderbijslag

Vooraleer in te stappen in het systeem van toegelaten arbeid kan je best even door je mutualiteit laten berekenen wat je maandelijkse inkomsten zullen zijn. Houdt hierbij rekening dat het kan zijn dat je je OMNIO-statuut en/ verhoogde kinderbijslag verliest.

 

Meer info op www.vlaamspatientenplatform.be/


Bronnen:
Voordracht Vlaams Patiëntenplatform VLFP-ontmoetingsdag 23/10/2011 Malle
http://www.vlaamspatientenplatform.be/