Lid worden




Prof. Lambrechts herinnert ons er nog even aan dat alhoewel het begrip fibromyalgie bij velen nog niet (zo) bekend is, het toch wel de meest voorkomende reumatologische aandoening is bij vrouwen onder de grens van 50 jaar. Dicht tegen fibromyalgie treffen we het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), dat alhoewel klinisch heel gelijkend is aan fibromyalgie, toch wordt beschouwd als een aparte entiteit.

 


Voordracht Prof. Dr. ir. Lambrecht - Fibromyalgie-Ontmoetingsdag Malle 23/10/2011


Diagnose stellen: complex

Zoals wel vaker voor complexe aandoeningen is het stellen van de diagnose fibromyalgie niet eenvoudig. Ze wordt gebaseerd op een aantal internationale afspraken (criteria). Er bestaan eigenlijk twee sets afspraken, nl. de ACR-criteria en de Yunus-criteria. Vaak worden door artsen de ACR criteria gehanteerd, alhoewel zeker niet alle patiënten hieraan volledig voldoen waardoor sommige fibromyalgiepatiënten niet als dusdanig erkend worden. De Yunus-criteria zijn soepeler en minder sterk gefocust op pijn in de zogenaamde 'tender points'.
 

ACR

Yunus

·Algemene bot/spierpijn

            langer dan drie maand aanwezig.

 

 

·Pijn/gevoeligheid in meer dan 11 van de 18
gekende tenderpoints.

De drukpunten zijn positief als zij als pijnlijk
worden ervaren bij een druk van de duim
van 4kg/cm2
(gevoelig is dus niet gelijk aan pijnlijk).

 

·Algemene bot/spierpijn langer dan drie maand aanwezig

·Afwezigheid van een traumatisch letsel, reuma,

       abnormale bloedresultaten

·Majeur
Pijn/gevoeligheid in minimum 5 van de 18 tenderpoints

·Mineur

­Symptomen worden beïnvloed door

o activiteit,

o weersomstandigheden,

o angst of stress

­Slaapstoornissen

­Hoofdpijn

­Angst

­Functioneel darmlijden

­Gevoel van subjectieve locale zwelling

­Niet-radiculaire, niet-dermatomale
paresthesieën

 

De diagnose volgens de Yunus-criteria vereist:

­de verplichte criteria

­+ de majeure criteria

­+ minstens 3 mineure criteria.

Een 2e klinische aandoening sluit de diagnose fibromyalgie niet uit.

 


Bijkomende onderzoeken

De diagnose fibromyalgie wordt uiteraard niet enkel gesteld op basis van hogergenoemde criteria. Vaak worden volgende bijkomende onderzoeken voorgesteld:

  • ­Het bepalen van de graad van zelfredzaamheid (op basis van de Karnofsky schaal). De arts vraagt o.a. of de patiënt zichzelf nog kan verzorgen, nog gaat werken, het huishouden kan doen en dergelijke.
  • ­Een labo-klinisch onderzoek (bloed onderzoek). Hier gaat men andere diagnoses zoals reuma uitsluiten.
  • ­Inspanningstesten, een elektrocardiogram en het in kaart brengen van de longfunctie.


Relatief nieuwe en misschien nog weinig courant gebruikte onderzoeken zijn de ambulante ergometrie en de thermografie.
Bij ambulante ergometrie worden parameters als de lichaamstemperatuur, de hartslag, het stapgedrag en het slaappatroon gemeten. Het systeem berekent het energiegebruik (in kcal en MET’s), de intensiteit en duur van activiteiten tijdens rust en (dagelijkse) inspanning, inclusief liggen, waken en slapen.
Met thermografie kan men een beeld vormen van de koude en warme zones op het lichaam. Bij fibromyalgiepatiënten zijn vele zenuwpunten duidelijk heel wat kouder. Op basis van dergelijke beelden kan eventueel beslist worden infiltraties toe te passen op bepaalde zenuwknopen. De vaststelling van deze koudere zones verklaart vaak ook het succes van hydrotherapie of het gebruik van infraroodsauna in de behandeling van fibromyalgie.

Klachten (naast algemene spier-/botpijn)

Een opmerkelijk sterk vertegenwoordigde klacht bij fibromyalgiepatiënten is een verstoord slaappatroon. Dit kan gaan van moeilijk inslapen tot frequent ontwaken of ook wel het vroege ochtend ontwaken. Slapen, pijn en stemming zijn factoren die, d.m.v. talrijke chemische substanties waaronder neurotransmitters zoals serotonine, catecholaminen (adrenaline, noradrenaline en dopamine), onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Minder bewegen en het gebruik van medicatie zoals spierontspanners zorgen er vaak voor dat fibromyalgiepatiënten zwaarder worden waardoor de kans op het ontwikkelen van kanker, galstenen, diabetes en cardiovasculaire aandoeningen toeneemt. Blijven bewegen, met mate en onder begeleiding, is dan ook de boodschap.

Tenslotte wordt een verhoogd risico tot osteoporose waargenomen bij fibromyalgiepatiënten. Een mogelijke verklaring hiervoor is het feit dat tengevolge van mogelijke beperkingen en het ontbreken van energie fibromyalgiepatiënten vaak binnen blijven met een tekort aan zon tot gevolg. Jammer genoeg is het net die zon die instaat voor de aanmaak van vitamine D, een essentiële vitamine om osteoporose te voorkomen. Vitamine D is nodig om calcium te kunnen opnemen uit het voedsel en calcium is op zijn beurt essentieel voor de vorming en het behoud van de botten.

Fibro en geassocieerde aandoeningen

Er bestaat een sterke associatie tussen het voorkomen van fibromyalgie en het gelijktijdig aantreffen van volgende klachten:

  • ­    Functioneel darmlijden o.a. spastisch colon (in 50-80 % van de fibromyalgiepatiënten)
  • ­    Chronisch vermoeidheidssyndroom (in 40-70 % van de fibromyalgiepatiënten)
  • ­    Depressie (in 20-60 % van de fibromyalgiepatiënten)
  • ­    Hoofdpijn o.a. migraine (in 40-60 % van de fibromyalgiepatiënten)


Het is belangrijk een goed beeld te krijgen over welke aandoeningen samen gaan met fibromyalgie, aangezien dit het inzicht in het ontstaan van de ziekte en wat er juist misloopt verbetert. De observatie leert o.a. dat medicatie voor spastisch colon (functioneel darmlijden) ook heil brengt voor de algemene fibromyalgieklachten.

Blijven bewegen

Het is en blijft belangrijk om te blijven bewegen, weliswaar onder begeleiding.

Bewegen heeft verschillende positieve effecten:

  • ­    Kleinere kans op hart- en vaatziekten;
  • ­    Minder risico op verhoogde bloeddruk;
  • ­    Verlaging van het totale vetgehalte in het bloed en verbetering van de verhouding tussen de goede en slechte cholesterol;
  • ­    Sterkere spieren en botten;
  • ­    Beweeglijke en buigzame gewrichten;
  • ­    Grotere weerstand en kleinere vatbaarheid voor infecties;
  • ­    Gemakkelijkere gewichtscontrole;
  • ­    Ontspannend;
  • ­    Belangrijk hulpmiddel om stress te verminderen;
  • ­    Betere slaap;
  • ­    Grotere concentratie;
  • ­    Prettig gevoel;
  • ­    Minder gevoelens van neerslachtigheid of angst door de aanmaak van endorfines.


Bovendien is het belangrijk om te zorgen voor afwisseling in de activiteit.
Elke spier bevat verschillende vezels. Stel dat ze er vijf heeft. Als we een beweging aanzetten dan zal steeds dezelfde vezel de beweging starten. Eerst spant vezel 1, dan 2, dan 3, dan 4, dan 5. Bij het beëindigen van de beweging gaat het echter omgekeerd. Vezel 5 stopt eerst, dan 4 enz. Vezel 1 zal dus altijd het meeste werk verrichten. Indien niet tijdig wordt ingegrepen, wordt deze spiervezel overbelast. Dit kan je voorkomen door om de twintig minuten een andere houding aan te nemen of een andere beweging uit te voeren. Het is dus niet de belasting zelf maar de duur van die belasting die moet worden aangepast.

Verder is het ook belangrijk om (letterlijk) te blijven lachen. Pijnstillers en andere medicijnen die voorgeschreven worden bij fibromyalgie doen de lachfrequentie immers dalen. Dus extra aandacht voor 'de lach' is zeker aangeraden.
In een lichaam dat snikt van de lach komen endorfines vrij, stoffen die ontspannend zijn en dus zwaarmoedigheid en pijn te lijf gaan. Doordat bij het lachen stoffen zoals serotonine en dopamine vrijkomen, heeft lachen ook een antidepressief effect. Daarom voelt men zich vaak beter na een goede lachbui. Verder heeft een goede lachbui een gunstige invloed op de ademhaling.

Bron: Voordracht Prof. Dr. ir. Lambrecht - Fibromyalgie-Ontmoetingsdag Malle 23/10/2011