Lid worden

 
Tot op vandaag bestaat de behandeling van fibromyalgie voornamelijk uit symptoombestrijding. Deze symptomatische behandeling (bvb pijnstilling, slaapmedicatie, antidepressiva, …) doet echter niets aan de oorzaak van het probleem. Ze staat gelijk aan het afzetten van je alarm tijdens een inbraak.

 
Verslag voordracht door Dr. Coucke congres VLFP 11 oktober 2008.
 
FM is geen diagnose, maar de beschrijving van een syndroom. Het is een endocriene (hormonale) afwijking van het immuunsysteem meer bepaald van de hypofyse.De hypofyse, een klier in de hersenen, is de thermostaat van onze hormoonhuishouding. Door verwonding van de hypofyse ontstaat een hormonaal tekort. Het gaat hier dan voornamelijk om cortisol, schildklierhormonen, geslachtshormonen en groeihormonen.
Een tekort aan groeihormoon zorgt voor een verminderde levenskwaliteit en levensverwachting, aangezien dit hormoon verantwoordelijk is voor o.a. geheugen, concentratie, welzijnsgevoel, spieraanmaak en cholesterolverbruik.
 
Onderzoeken in het UZA hebben bevestigd dat mensen met schade aan de hypofyse een tekort aan cortisol, schildklierhormonen en geslachtshormonen hebben in 5% van de gevallen, een ernstig tekort aan groeihormoon in 15% en een gedeeltelijk tekort aan groeihormoon in 25% van de gevallen.
 

Groeihormoon en IGF-1

 
Schade aan de hypofyse kan optreden na aandoeningen zoals een hersenbloeding of meningitis, maar ook na een ongeval met schedelbreuk, hersenschudding of whiplash. Een aantal van deze slachtoffers heeft nadien blijvende klachten, die kunnen gaan van een verminderd geheugen en concentratie, moeheid en moedeloosheid, tot volledige fysische en psychische uitputting.
 
Volgens een studie van onderzoekers van de dienst endocrinologie van het Centro Médico Teknon in Barcelona kunnen Fibromyalgiepatiënten baat hebben bij inspuitingen met groeihormonen. De onderzoekers wijzen erop dat bij sommige patiënten bewijs is van een gebrek aan groeihormoon, meer specifiek ‘low insuline-like growth factor (IGF-1)’.
Vierentwintig patiënten deden mee aan dit onderzoek. De helft van hen kreeg standaard therapie, terwijl bij de andere helft deze standaard therapie werd aangevuld met onderhuidse toediening met groeihormoon. Tijdens de studie volgde men ondermeer de ‘tender points’ op die zo kenmerkend zijn voor Fibromyalgie. Na een jaar kon men spreken van een reductie van 60% in het aantal pijnpunten. Ook de levenskwaliteit ging er merkbaar op vooruit. Hiervoor maakte men gebruik van de Quality of Life visueel analoge schaal.
De onderzoekers hopen in de toekomst een grootschalige studie te kunnen uitvoeren. (1)

 
Groeihormoon releasing hormoon dat in de hypothalamus wordt geproduceerd bevordert de productie van groeihormoon in de hypofyse dat de productie van IGF-1 in de lever stimuleert. Een tekort aan groeihormoon (HGH) leidt dus tot een tekort aan IGF-1. Veel FM patiënten zouden een lage IGF-1 factor hebben ten gevolge van een slechte werking van de hypofyse. Door toediening van groeihormoon zal de waarde van IGF-1 weer toenemen.
 
IGF-1 heeft de volgende effecten op het lichaam:
 
De botten worden sterker.
De spieren worden opgebouwd.
De hoeveelheid vet neemt af.
De hoeveelheid vocht in het lichaam wordt geregeld.
De hartfunctie wordt versterkt en in stand gehouden.
 
De belangrijkste effecten van een tekort aan groeihormoon zijn:
 
De spiermassa neemt af.
Het percentage vet in de buik neemt toe.
De botdichtheid neemt af.
De water- en zoutbalans wordt verstoord.
De energie en vitaliteit nemen af.
Het concentratievermogen neemt af.
Het geheugen neemt af.
Het vetgehalte in het bloed neemt toe waardoor er meer kans is op hart- en vaatziekten.
 

De invloed van de hypofyse op onze hormoonhuishouding

 
http://www.fibromyalgie.be/demo/images/stories/hormonen.jpg
                                 De invloed van de hypofyse op de hormoonproductie

 
In de hypofyse worden veel hormonen geproduceerd die een invloed hebben op andere endocriene klieren.
 

Groeihormoon (GH) → stimuleert o.a. de hypofyse tot aanmaak van IGF-1.

Thyrotroofhormoon of thyroïdstimulerend hormoon (TSH) → dit zet de schildklier aan tot productie van schildklierhormoon (thyroxine en tri-joodthyronine).

Gonadotrofe hormonen (hebben invloed op de ovaria en testes). Te weten: follikelstimulerend hormoon (FSH) → bevordert de groei en rijping van follikels in de ovaria bij de vrouw en de spermatogenese bij de man in de testes en luteïniserend hormoon (LH) of interstitiële-cellenstimulerend hormoon (ICSH); de gonadotrofe hormonen stimuleren daarnaast de hormoonproductie van de gonaden (geslachtsklieren).

Prolactine → dit komt vooral vrij tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode.

Adrenocorticotroof hormoon of corticotrofine (ACTH) → zet bijnierschors aan tot de productie van bijnierhormonen.
 

De bijnierschorshormonen

 
Er zijn drie groepen bijnierschorshormonen of corticosteroïden (cortex = schors).
 
De grootste groep wordt gevormd door stoffen die de suikerstofwisseling beïnvloeden en daarom glucocorticoïden heten (gluco van glucose of bloedsuiker, cortico voor schors en steroïd naar de chemische basis). Een voorbeeld is cortisol.
 
De tweede groep beïnvloedt de samenstelling van de mineralen (zouten) in het lichaamsvocht en wordt daarom mineralocorticoïden genoemd.
 
Verder produceert de bijnierschors geringe hoeveelheden geslachtshormonen, en wel in beide geslachten beide soorten, zowel de zogeheten vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen, progestagenen) als de zogeheten mannelijke geslachtshormonen (androgenen).
 
ACTH of adrenocorticotroof hormoon (adren = bijnier, cortico = schors, troof = invloed hebbend op) dat door de hypofyse wordt geproduceerd, gaat naar de bijnieren die dan op hun beurt cortisol afscheiden. Binnen enkele minuten na afgifte van ACTH aan het bloed stijgt ook de hoeveelheid cortisol in het bloed.

 

Cortisol

 
De productie en afgifte van cortisol staat onder invloed van de hypofyse, die op haar beurt weer wordt beïnvloed door de hypothalamus. Er is hier dan ook sprake van een aantal in elkaar grijpende regelsystemen.
 
De hypofyse produceert hormoonstoffen die weer andere hormoonstoffen producerende klieren tot activiteit kunnen aanzetten
 
Cortisol speelt een rol in vele processen in het lichaam, waaronder de vertering van voedsel, het immuunsysteem en het slaap-waakritme. De uitscheiding van cortisol door de bijnierschors verhoogt bijvoorbeeld ook als reactie op elke vorm van stress. Dit kan fysieke stress zijn, zoals ziekte of een verwonding, of extreme temperaturen, maar het kan ook psychologische stress (bijvoorbeeld werkstress of verbaal geweld) zijn die de cortisolconcentratie laat stijgen.
 
Door de aanwezigheid van cortisol in het lichaam worden er in de spieren eiwitten afgebroken, waardoor er energie (in de vorm van glucose) wordt gemaakt. Deze energie kan het lichaam dan gebruiken om met de stress (fysiek of mentaal) om te gaan. Als er te veel cortisol aanwezig is in het lichaam krijgen de hersenen een signaal door en wordt er minder ACTH en dus minder cortisol aangemaakt.
 
Veel fibromyalgie-patiënten hebben echter een tekort aan cortisol. Dit kan behandeld worden door toediening van Hydrocortisone samen met DHEA wat eveneens een zeer gunstig effect heeft op fibromyalgieklachten.
 
Uit onderzoek van de Nederlandse reumatoloog E.N. Griep blijkt dat bij patiënten met fibromyalgie en andere pijn- en vermoeidheidssyndromen objectieve veranderingen aantoonbaar zijn in de HPA-as (of de wisselwerking tussen de hypothalamus (H), de hypofyse (P - pituitary ) en bijnierschors (A – adnerel) . Zo vond hij veranderingen in een bepaald type 'ontvanger' (receptor) van het cortisol-signaal in de hersenen, de glucocorticoid- receptor. Dit zou verklaren waarom bij fibromyalgiepatiënten de reactie op cortisol vertraagd en verminderd is. Ook op diverse andere niveaus vond hij verstoringen in de HPA-as die kenmerkend zijn voor patiënten met fibromyalgie. Bij de patiënten werden duidelijke afwijkingen gevonden in de reacties van hypofyse en bijnier op bepaalde hormonale prikkels. Een deel van de klachten bij fibromyalgie zou dus verklaard kunnen worden door een verlaagd cortisolgehalte en een verminderde reactie van de hersenen op dit hormoon.
 
(1) Growth hormone as concomitant treatment in severe fibromyalgia associated with low IGF-1 serum levels. A pilot study
Guillem Cuatrecasas, Cristina Riudavets, Maria Antònia Güell and Albert Nadal Servicio de Endocrinología y Nutrición, Centro Médico Teknon, Vilana 12, E-08022 Barcelona, Spain Psicología Clínica, Centro Médico Teknon, Vilana 12, E-08022 Barcelona, Spain Servicio de Reumatología, Centro Médico Teknon, Vilana 12, E-08022 Barcelona, Spain