Lid worden

Oorspronkelijk was pijn erg belangrijk voor ons. Het pijnsysteem is een natuurlijk beschermings-mechanisme, het waarschuwt ons lichaam voor gevaar zodat we gepast kunnen reageren om te overleven. Zonder ons pijnsysteem zouden we bvb. de huid van onze hand verschroeien wanneer we die per ongeluk op een hete kookplaat leggen. Dankzij ons pijnsysteem trekken we onze hand meteen na de aanraking van de hete kookplaat terug. Het pijnsysteem is echter niet feilloos. Onder andere bij fibromyalgie gaat het in de fout.

Voordracht Jessica Van Oosterwijck op 23/10/2011 Fibromyalgie-Ontmoetingsdag

Acute en chronische pijn


Acute pijn is de pijn zoals we die allemaal kennen uit het dagelijks leven. Het is de pijn die je ervaart wanneer je je enkel verstuikt. Er is een duidelijke oorzaak nl de verstuiking waardoor lokale weefsels schade hebben opgelopen en er is een duidelijke lokalisatie nl. ter hoogte van de enkel.

Bij chronische pijn is er niet altijd een duidelijke oorzaak terug te vinden. We vinden geen weefselschade terug en de pijn heeft niet altijd een duidelijke lokalisatie. Veel FM-patiënten melden bvb. dat hun pijn verspringt. Chronische pijn komt veel en in verschillende vormen voor zoals chronische lage rugpijn, hoofdpijn, nekpijn,…

Hoe werken de normale pijnprocessen in een acute pijnsituaties.


alt

Figuur 1: zenuwcel met zenuwbaan


Op figuur 1 zie je een vereenvoudigde weergave van een zenuwcel. De lange uitloper onderaan kan tot meer dan een meter lang kan zijn en een hele arm of heel been overbruggen. Zenuwen zijn een soort elektriciteitskabels die informatie van de ene plek in ons lichaam naar een andere overbrengen.

In het ronde gedeelte met de mannetjes worden informatie en prikkels uit de omgeving opgepikt. Ieder mannetje bestaat bovenaan uit een sensor of receptor die je kan vergelijken met een sensor aan een licht aan de oprit of in de tuin: als je er voorbij loopt, detecteert de sensor beweging en daardoor gaat het licht aan. Ieder van die mannetjes is erin gespecialiseerd om één soort prikkel op te pikken: dat kan warmte of koude zijn (aangeduid in de figuur met ‘T’), mechanische druk zoals wanneer je met je vinger op de huid van je andere arm drukt (aangeduid met de letter ‘M’) of een chemische stoffen zoals melkzuur dat vrijkomen in de spieren als die te veel moeten werken (letter ‘A’ van de Engelse term acid).

De nukkige mannetjes zijn niet gelukkig omdat ze niet het juiste soort prikkel krijgen. Het mannetje helemaal bovenaan reageert alleen op chemische stoffen, terwijl de hamer mechanische druk levert. Daardoor zal hij zijn beentjes, die de poort voorstellen naar de binnenkant van de zenuwcel, niet openzetten. Iedere receptor (elk mannetje) werkt zeer specifiek. Wanneer een receptor de juiste prikken oppikt gaat het poortje open waardoor er positieve ladingen van buiten naar binnen in de zenuwcel kunnen. Binnenin de zenuwcel moeten er voldoende positieve ladingen worden opgestapeld voordat een elektrische prikkel gevormd kan worden. Pas wanneer een bepaalde drempelwaarde wordt overschreden wordt een elektrische prikkel doorgegeven langs de uitloper van de zenuwcel. Die drempelwaarde werkt volgens een alles-of-niets-principe. Een hoeveelheid positieve ladingen net onder de drempelwaarde brengt geen boodschap met zich mee, terwijl het net overschrijden van de drempelwaarde leidt tot een boodschap in de vorm van een elektrische prikkel. Ook het openen van slechts één poortje is onvoldoende om een elektrische prikkel door te geven, daarvoor moeten er meerdere poorten opengaan.

Deze elektrische prikkel is niet meer dan een gevaarboodschapper die noodzakelijk is om uiteindelijk pijn te voelen, maar de prikkel alleen is daarvoor onvoldoende. Ook wanneer de gevaarboodschap aan de achterzijde het ruggenmerg binnenkomt, voel je nog steeds geen pijn. Eenmaal in het ruggenmerg, bevindt de gevaarboodschap zich in wat we het centrale deel van het zenuwstelsel noemen. Dit omvat zowel het ruggenmerg als de hersenen.


alt


Op de tekening stellen de enveloppen de gevaarboodschappen vanuit de zenuwcellen voor. De zenuwenbanen eindigen aan het ruggenmerg maar zijn ze er niet mee versmolten. Er zit immer een ruimte tussen het uiteinde van de zenuwen en het uiteinde van de ruggenmergzenuw, we noemen deze ruimte of spleet de synaptische spleet.
Omdat een elektrisch signaal enkel over een zenuw getransporteerd kan worden moet het elektrische signaal omgezet worden in een chemisch signaal zodat het de synaptische spleet kan overbruggen. De gevaarboodschap zal er dus voor zorgen dat de zenuwceluiteinden een chemische stof afscheiden die terechtkomt in de kleine ruimte tussen aankomende zenuwen vanuit het lichaam en de vetrekkende zenuwen in het ruggenmerg.

De vertrekkende zenuwen staan in verbindingen met de hersenen en kunnen zowel boodschappen naar de hersenen sturen als boodschappen vanuit de hersenen naar het ruggenmerg sturen. Wanneer de hersenen boodschappen terug sturen, komen er extra chemische stoffen vrij in de synaptische spleet waardoor een soep van verschillende chemische stoffenaanwezig is in de synaptische spleet. De samenstelling van die soep bepaalt of de inkomende gevaarboodschap al dan niet wordt doorgezonden naar de hersenen. Als de samenstelling van de soep gunstig is voor het doorsturen van de gevaarboodschap, past een chemische stof, als een sleutel in een sleutelgat, op een zenuw die vanuit het ruggenmerg richting hersenen gaat.

De hersenen kunnen de samenstelling van het soepje in de synaptische spleet beïnvloeden. Enerzijds kan dit een boodschap zijn die het soepje gunstig beïnvloedt waardoor er ook meer gevaarboodschappen of pijnsignalen naar de hersenen vertrekken vanuit het ruggenmerg. Anderzijds kan dit een boodschap zijn die het soepje ongunstig beïnvloedt waardoor de hersenen worden afgeschermd voor inkomende gevaarboodschappen.
Met andere woorden, ter hoogte van de synaptische spleet in het ruggenmerg (het soepje van daarnet) bevindt zich een soort van volumeknop. Het opendraaien van de volumeknop zorgt ervoor dat gevaarboodschappen versterkt worden doorgestuurd naar de hersenen. Het dichtdraaien zorgt ervoor dat de gevaarboodschappen worden tegen gehouden. Het ruggenmerg werkt dan als een krachtige filter die de boodschappen tegenhoudt.
Ons lichaam beschikt over een enorm krachtig pijndempend systeem dat tot 60 maal krachtiger dan gelijk welke pijnmedicatie die op dit moment beschikbaar is.

Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat de hersenactiviteit typisch voor pijn als gevolg van een beenbreuk gelijkaardig is aan de hersenactiviteit bij het hebben van een slecht gevoel door uitsluiting tijdens een spel. Een ander voorbeeld dat illustreert dat je pijn kan hebben zonder weefselschade is fantoompijn of pijn in lichaamsdelen die er niet meer zijn na amputatie.
Bij weefselschade kan er weliswaar pijn ontstaan, maar het is niet de hoeveelheid weefselschade die alles bepalend is voor de hoeveelheid en intensiteit van de pijn die we ervaren. De hoeveelheid weefselschade is daarbij maar een van de vele factoren. Evengoed kan iemand veel weefselschade hebben en nauwelijks of helemaal geen pijn ervaren – denk aan een voetballer die na een doelpunt bedolven wordt onder zijn ploegmaten. Omgekeerd kan iemand helemaal geen weefselschade hebben en toch ernstige pijn ervaren. Denk aan hartpijn als gevolg van liefdesverdriet of buikpijn bij spanningen.

Het aankomen van de boodschap in de hersenen activeert verschillende hersengebieden waaronder ons ‘pijngeheugen’ waardoor we kunnen achterhalen of we dit soort pijn al eerder ervaren hebben. Naast het pijngeheugen worden nog andere hersengebieden geactiveerd. De emotionele component van pijn, het al dan niet anticiperen op pijn, de mate van aandacht voor pijn, de motivationele component van pijn komen allemaal aan de orde. Het is belangrijk te beseffen dat deze verschillende hersendelen onderling communiceren en dat de uitkomst hiervan zal bepalen of er al dan niet pijn wordt ervaren en hoeveel en hoe lang deze pijn wordt ervaren.

Wat als de normale pijnmechanismen in de fout gaan?


Bij het aanhouden van pijnklachten blijven de poorten in de wand van de zenuwcellen langer open staan wanneer ze het signaal krijgen om te openen. Je kan dat vergelijken met de slagboom op een parking. Wanneer er weinig auto's passeren kan de slagboom gemakkelijk open en dicht gaan. Bij druk verkeer is het echter gemakkelijker de slagboom open te laten. Zo redeneren ook de poorten in de wand van onze zenuwcellen. Als de receptoren blijvend geprikkeld worden, zullen de poorten veel langer open blijven staan. Het gevolg is dat één enkele prikkel van een receptor veel meer positieve ladingen binnenlaat in de zenuwcel. Bovendien neemt het aantal receptoren in de wand van onze zenuwcellen toe. Het lichaam maakt meer receptoren aan zodat deze samen de overvloed aan prikkels kunnen verwerken. Het nadeel hiervan is dat je ook meer prikkels kan oppikken. Het langer openblijven van de poorten en hun stijgende aantal heeft tot gevolg dat de drempelwaarde voor het verzenden van een gevaarboodschap veel sneller wordt bereikt. Mensen met chronische pijn zijn daardoor gevoeliger voor pijn.

Verder zal ook het ruggenmerg zich aanpassen. In figuur 3 zie je in het midden een schematische voorstelling van het ruggenmerg (de rechthoeken). De pijlen die links toekomen zijn gevaarboodschappen. In de normale situatie bovenaan resulteert één gevaarboodschap in één boodschap naar de hersenen. Bij chronische pijn staat echter de volumeknop in het ruggenmerg open waardoor drie gevaarboodschappen in het ruggenmerg omgezet worden in vijf gevaarboodschappen naar de hersenen. De onderste situatie illustreert wat er gebeurt bij ‘centrale sensitisatie’: één ongevaarlijke of helemaal geen gevaarboodschap komt aan in het ruggenmerg en talrijke boodschappen worden doorgestuurd naar de hersenen. Bij chronische pijn ervaar je zonder enige weefselschade toch pijn omdat het pijnprogramma in de hersenen te goed werkt en dus overactief is.
alt

Figuur 3: centrale sensitisatie

 


Onderhoudende factoren


Waarom het lichaam overactief reageert op pijn is niet altijd duidelijk. Een letsel uit het verleden kan een aanleiding zijn, ook de genetische aanleg zou hierin een voorname rol spelen. Deze factoren hebben we niet in de hand. Er zijn er echter ook die we wel de hand hebben onder andere de manier waarop we denken over pijn en de manier waarop we ermee omgaan.

Onderhoudende factoren kunnen zijn:Overmatige spierspanning in samenhang met verkrampt bewegen of niet kunnen ontspannen

    Verslechterde lichamelijke conditie

    Negatieve emoties ( neerslachtig, boos, machteloos of verdrietig zijn)

    Angst (om te bewegen, voor pijn of voor een ernstige ziekte)

    Stress (niet kunnen voldoen aan de eisen die de omgeving aan je stelt of aan de eisen die je aan jezelf stelt, niet tevreden zijn met jezelf)

    Opkroppen van spanning, woede of verdriet

    Overbelasting (teveel tegelijk willen, teveel achter elkaar plannen, altijd voor anderen klaarstaan of altijd doorgaan tot iets of is)

    Teveel aandacht gericht op de pijnlijke plaatsen in het lichaam

    Conflicten (op het werk of in de familie)

    Vermijden van beweging