Lid worden

Een leek denkt bij pijnbestrijding aan pijnstillers of operatieve ingrepen. Efficiënte pijnbestrijding gaat echter verder dan dat.

 

Bij een multidisciplinaire aanpak zijn niet enkel anesthesisten en chirurgen betrokken, maar ook psychologen, kinesitherapeuten, revalidatiespecialisten, sociaal verpleegkundigen en vele andere specialisten.
 
Guy Hans is coördinator van het pijncentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Dit centrum bestaat al zo’n 25 jaar en is daarmee één van de oudste in Vlaanderen. Niemand kan precies zeggen hoeveel centra er in België zijn. “Omdat er geen eenduidige omschrijving van een pijncentrum bestaat”, zegt Guy Hans. “Tot voor kort waren er negen officiële referentiecentra pijn in België. Die werden eind juni vervangen door 35 erkende pijncentra. Het aanbod verschilt sterk. Vaak beperkt het zich tot een verpleegkundige en een anesthesist. Wij hebben negentien mensen in dienst. Daarmee zijn we één van de grootste centra van het land.”
 
De multidisciplinaire aanpak van pijn is volgens Hans van groot belang. “Veel mensen worden compleet inactief door de pijn. Hen help je niet alleen met medicatie. Wanneer je hen helpt hun spieren opnieuw op te bouwen en hun conditie terug te krijgen, zie je de pijn vaak spontaan verminderen.” De teamleden van het pijncentrum doen daarom ook heel erg hun best om mensen zo snel mogelijk weer aan het werk te krijgen. “Dat is in België allesbehalve vanzelfsprekend”, weet Hans. “Ideaal zou zijn dat patiënten deeltijds kunnen herbeginnen, om stilaan weer op te bouwen. Maar ons systeem van sociale zekerheid is niet zo soepel. Als je voltijds herbegint en je hervalt , dan heb je vaak geen recht meer op een uitkering.”
 
LEVENSHYGIËNE VAN LEVENSBELANG
 
Hans merkt dat nogal wat patiënten moeilijk mee kunnen in de organisatie van onze samenleving. “Veel mensen zitten op de grens van hun kunnen of gaan er voortdurend over. We leggen onszelf en anderen veel eisen op. Velen raken daardoor overbelast, zowel fysiek als mentaal. Zowel de week als het weekend is vol gepland. Je mag niets missen. Wij proberen die mensen wat levenshygiëne bij te brengen: eet gezond, slaap voldoende, drink geen alcohol voor het slapengaan.”
 
Volgens Guy Hans is chronische pijn het grootste medische probleem in ons land. “Niet minder dan een op de vijf mensen heeft chronische pijnklachten. In absolute cijfers hebben in ons land zo’n 900.000 pijnpatiënten medische hulp nodig. Het aantal patiënten zal nog stijgen door de vergrijzing. Er zijn ook steeds meer kankerpatiënten die hun ziekte overleven, maar er chronische pijn aan overhouden.”
 
Pijncentra hebben op dit moment al te kampen met lange wachtlijsten. “Er zijn op dit moment onvoldoende mensen en middelen om die 900.000 patiënten op te vangen. De wachtlijsten zullen in de toekomst alleen maar langer worden. Chronische pijn wordt een epidemie.”
 
PILLEN, PRIKKEN EN POMPEN
 
Marie Van Remoortere is pijnspecialist in het Ziekenhuisnetwerk Antwerpen (ZNA). Zij ziet in haar job twee belangrijke luiken: medicatie en fysieke interventies. Bij medicatie kunnen de meeste pijnleken zich nog iets voorstellen, maar welke fysieke interventies bestaan er om pijn te verminderen? Van Remoortere: “Bij infiltraties duwen we een naald door de huid tot op de zenuw waarvan we vermoeden dat die de pijn geleidt. Daar spuiten we een lokaal verdovende stof of cortisone in, wat ook ontstekingen een halt toeroept. Een andere methode is de zenuw opwarmen met radiofrequente stroom. Zo ontstaat een warmteletsel waardoor de pijngeleiding door de zenuw wordt verhinderd. Of er wordt met een pulserende radiofrequente stroom voor gezorgd dat de pijngeleiding verandert. Bij ernstige en langdurige klachten kan een neurostimulator uitkomst bieden. Die wordt ingeplant in het lichaam en stuurt stroom door het ruggenmerg. Deze stroom verandert de pijn in een tintelend gevoel. En als minder ingrijpende technieken niet helpen, dan kan een morfinepomp een oplossing bieden.”
 
Ook Van Remoortere vindt een multidisciplinaire aanpak een must en benadrukt de rol van de psycholoog. Ze ziet twee redenen om mensen door te verwijzen naar een psycholoog. “Ten eerste kan een psycholoog mentale ondersteuning bieden. Constant pijn lijden is niet niks. Na een tijd heb je alles wel gezegd tegen je partner of vrienden. Je wil hen niet langer lastigvallen met je geklaag. Dan is het nuttig om eens een uurtje te kunnen praten met een psycholoog. Anderzijds zijn consultaties bij de psycholoog ook nodig wanneer de pijnbeleving gekleurd wordt door psychische factoren, zoals een onverwerkt rouwproces. Dat kan een banale pijnklacht enorm uitvergroten.”
 
DE SUBJECTIVITEIT VAN PIJNINTENSITEIT
 
Vera Callebaut is psycholoog van het pijncentrum van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Voor haar is de invloed van voelen en denken op de pijnbeleving overduidelijk. “Je merkt goed dat iemand die angstig of depressief is pijn anders ondervindt dan iemand die rustiger is. Angst maakt iemand alerter voor pijn. Omgaan met pijn vraagt kracht. Iemand die depressief is, heeft die kracht niet.” Dit is niet alleen psychologisch, maar ook neurobiologisch te verklaren. “Emoties en pijn worden in je hersenen verwerkt door dezelfde systemen.”
 
Volgens Callebaut kan pijn ook niet los gezien worden van de context waarin hij beleefd wordt: “Een bevalling mag nog zoveel pijn doen, je weet dat je er iets moois voor in de plaats krijgt, dus verdraag je die pijn. Als je door pijn je werk en relatie verliest, dan maakt die pijn je kwaad, emotioneel en verdrietig. Hoe langer je pijn lijdt en hoe meer je hebt meegemaakt met pijn, hoe complexer de beleving wordt. Daarom is het belangrijk zo snel mogelijk in te grijpen.”
 
Pijn is moeilijk objectief te meten. Specialisten zeggen weleens dat pijn zo ernstig is als de patiënt zegt dat hij is. Callebaut bevestigt: “De intensiteit van pijn is subjectief, net zoals de mate waarin je die pijn verdraagt. Iemand die al jarenlang veel pijn heeft, maar ermee heeft leren omgaan, zal zijn pijn misschien een score van zes op tien geven. Iemand die nog maar pas pijnklachten heeft en ze nog geen plaats heeft kunnen geven, zal diezelfde intensiteit van pijn een score van acht op tien toekennen.”
 
RUGZAKJE VOL PIJN
 
Hoeveel pijn je kan verdragen heeft volgens Callebaut ook te maken met wat je eerder al meemaakte in je leven. “Mensen hebben een rugzakje. Hoe zwaarder dat rugzakje, hoe moeilijker je die pijn kan dragen. Pijn komt bovenop alles wat je al je hele leven meedraagt. Voor de patiënt is het niet altijd duidelijk welke factoren een rol spelen”, zegt Callebaut. “Zij hebben vooral getoond hoe sterk ze zijn, wat ze bereikt hebben en dat ze het verleden achter zich kunnen laten. Het is niet altijd duidelijk voor de patiënt welk belang ervaringen uit het verleden hebben bij het omgaan met pijn. We zien vaak mensen die vroeger gepest werden of onzeker waren. Velen slaagden er ondanks tegenslagen toch in een diploma te halen en werk te vinden. Aan die verwezenlijking trekken ze zich op. Als die mensen door zware pijnklachten niet langer kunnen werken, valt er een belangrijke houvast weg. Vaak voelen ze zich dan opnieuw minderwaardig, zoals vroeger. Ze willen dan vaak enkel een medische oplossing voor de pijn, zodat ze weer kunnen werken en hun eigenwaarde kunnen hervinden. Maar pijn is niet altijd op korte termijn op te lossen, dus proberen we toch hun eigenwaarde op te krikken. Het is dan belangrijk te focussen op wat ze nog wel kunnen en wie ze nog wel zijn.”
 
Niet alle patiënten komen met volle goesting naar het consult bij de psycholoog. Er rust nog steeds een taboe op psychische problemen. Er wordt ook gezegd dat het pijnprobleem ‘tussen de oren’ zit. “En in feite is dat ook zo”, zegt Callebaut. “De registratie van pijn zit inderdaad letterlijk tussen je twee oren. Alles gebeurt in je hersenen, maar dat betekent absoluut niet dat het ingebeelde pijn is.”
 
EEN LANGE LIJDENSWEG MET LICHT AAN HET EIND VAN DE TUNNEL
 
Vera Vanderwallen kreeg zestien jaar geleden pijn in haar been. Ze had geen idee waar die pijn vandaan kwam. Een EMG in het ziekenhuis leverde niets op. Ze probeerde de pijn te negeren, maar de pijn werd met de jaren erger. Het leek of ze steeds minder kracht kreeg in het pijnlijke been. Op slechtere dagen droeg ze een kniebrace om zich te behelpen. Trappen en hellingen werden een steeds groter obstakel. De pijn werd ook stilaan ondraaglijk en hem verbijten ging niet meer. Een nieuw onderzoek – twaalf jaar later – bracht afwijkingen in de rug aan het licht, maar er werd geen verband gevonden met het pijnlijke been. Nog steeds konden dokters haar niet helpen. Autorijden ging steeds moeilijker en het huishouden doen werd steeds zwaarder. Werken lukte uiteindelijk ook niet meer.
In afwachting van het vinden van de oorzaak, stilden medicatie en infiltraties de pijn. Door de medicatie werd Vera wel twintig kilo zwaarder. Vera: “Ik herkende mezelf niet meer. Het leek alsof er een vreemde voor me stond als ik in de spiegel keek.” De medicatie was niet alleen duur, maar bracht ook heel wat nevenwerkingen met zich mee: duizeligheid, evenwichtsstoornissen, verwardheid, geheugenverlies en concentratieproblemen.
 
Na heel wat omzwervingen langs dokters en ziekenhuizen kwam Vera bij dokter Van Remoortere terecht. Vera vertelt hoe ze zich voelde bij de eerste raadpleging: “Ik was een wrak, ten einde raad. Ik had na al die jaren geen hoop meer op beterschap. Ik was mijn job kwijt, mijn IQ was met 20 punten gezakt en ik wist vaak niet meer wat ik de vorige dag gedaan had.”
 
ALLES WAT WAS, IS WEG
 
“Dokter Van Remoortere begreep mijn radeloosheid. Ze zag in hoe drastisch de invloed van de pijn op mijn leven was. Haar begrip en menselijkheid hebben voor mij veel betekend.”
 
Dokter Van Remoortere behandelde Vera onlangs met gepulseerde radiofrequente stroom, waardoor de pijn verminderde. De eerste behandeling gaf in ieder geval hoop. Naast de ingreep met radiofrequente stroom ging Vera ook op consultatie bij een psycholoog. “Bij haar kon ik mijn bezorgdheid uiten over mijn intelligentie, waarmee het zo droevig gesteld is in vergelijking met vroeger. De psychologe drukte me op het hart dat dit bijwerkingen zijn van de medicatie, en dat ze van voorbijgaande aard zijn. Wat ik de afgelopen jaren heb meegemaakt, ebt stilaan weg. Ik heb weer vertrouwen en hoop.”
 
BEGREPEN WORDEN IS GOUD WAARD
 
“Vrienden zeggen wel dat ze je begrijpen,” vertelt Vera, “maar hoe goed ze dat ook bedoelen, echt begrijpen kunnen ze me niet. Er zijn ook mensen die je medische raad proberen te geven en aanraden alle medicatie in de vuilbak te gooien, terwijl ze niet weten waar ze het over hebben. Dat is erg vervelend. Sommigen opperen dat het toch leuk is dat ik niet moet gaan werken. Ik werkte echter graag en het hogere inkomen was ook mooi meegenomen. Ondertussen doe ik vrijwilligerswerk in een woonzorgcentrum. Dat geeft toch voldoening en ik krijg er vriendschap van de bewoners. Mijn eigenwaarde kreeg er een opkikker.”
Wat de toekomst brengt, kan Vera moeilijk inschatten. Ze is 58 en is al vier jaar thuis. “Als de behandeling met radiofrequente stroom werkt en de medicatie afgebouwd kan worden, kan ik misschien weer aan de slag. Maar zal me dat nog lukken? Zal men mij nog willen? Hopelijk komt het nog goed.”
 
Door LIESBETH VAN BRAECKEL
Bron: http://www.weliswaar.be/