Lid worden

Neurologen en reumatologen van enkele grote ziekenhuizen in Australia sloegen onlangs de handen in elkaar.


Ze verzamelden van een groot aantal fibromyalgiepatiënten gegevens waaronder de inname van medicatie, regelmatige beweging (bvb. kinesitherapie), de evolutie van de pijnniveaus en vermoeidheid vanaf de diagnose, en door wie ze werden doorverwezen naar de pijnarts (specialist of huisdokter). Ze kwamen tot de volgende belangrijke conclusies:

Slecht 35% van de patiënten neemt medicatie die doeltreffend werkt bij de behandeling van fibromyalgie.
Wanneer patiënten werden doorgestuurd door de huisdokter blijken ze trouw de voorgeschreven medicatie in te nemen. Dit was minder het geval wanneer een specialist doorverwees naar de pijnarts.
Slechts 43% van de patiënten zorgt ervoor voldoende te bewegen (trainingsprogramma, hydrotherapie, enz.).
Het is de patiëntgroep die zich houdt aan de medicatie en zorgt voor voldoende beweging die een duidelijke verbetering noteert (minder pijn, meer goede momenten) in vergelijking tot het moment waarop de diagnose werd gesteld.

De resultaten van het wetenschappelijk onderzoek brengen dus volgende boodschap: een op de patiënt afgestemd medicatieplan en beweging bepalen in belangrijke mate het verdere verloop van fibromyalgie.

Referentie: Guymer et al. (2012) International Journal of Reumatic Diseases 15:348-357