Lid worden


Pijn is een belangrijk beschermend signaal. Specifieke eiwitten in zenuwcellen, zogenaamde nociceptoren, detecteren en reageren op de aanwezigheid van mogelijk schadelijke stimuli, zoals hitte, druk, weefselschade of een ontsteking, om mogelijke (verdere) weefselbeschadiging te voorkomen.
 


Ontstekingseiwitten die geproduceerd worden tijdens weefselschade en/of ontsteking kunnen de gevoeligheid van deze nociceptoren veranderen. Zo kan er een verhoogde gevoeligheid ontstaan voor pijnlijke prikkels (hyperalgesie) of worden prikkels die normaal gesproken geen pijn doen als pijnlijk ervaren (allodynia). De verhoogde gevoeligheid van de zenuwcellen is meestal van tijdelijke aard. Echter, in sommige gevallen kan, nadat de weefselbeschadiging is genezen of de ontsteking voorbij is, een verhoogde gevoeligheid van de nociceptoren blijven bestaan. Deze langdurige gevoeligheid van de nociceptoren kan leiden tot de ontwikkeling van chronische pijn. Het ontstaan van chronische pijn is een groot klinisch probleem omdat de huidige therapieën nog niet effectief genoeg zijn om chronische pijn te voorkomen of te bestrijden. Daarom is er een grote behoefte om nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Om nieuwe medicijnen te ontdekken, moeten we het mechanisme ontrafelen dat verantwoordelijk is voor het ontstaan en voortduren van chronische pijn.
 

In het Laboratory of Neuroimmunology and Developmental Origins of Disease (NIDOD), gevestigd in het Universitair Medische Centrum Utrecht, verrichten wij fundamenteel onderzoek naar de moleculen en cellen die betrokken zijn bij chronische pijn. We hebben aangetoond dat een bepaald eiwit in cellen. GRK2, een cruciale rol speelt bij het voorkomen van het ontstaan van chronische pijn. Daarnaast hebben we ontdekt dat het GRK2 niveau in een specifiek celtype, namelijk in monocyten uit het bloed, van groot belang is om chronische pijn te voorkomen. Deze monocyten gaan naar de nociceptoren in het dorsale wortel ganglion toe en dempen daar de pijnrespons. Onze onderzoeksgroep heeft afgelopen jaren ook ontdekt dat het niveau van dit eiwit, GRK2, verlaagd is in de cellen van patiënten met chronische pijn, bijvoorbeeld in cellen van patiënten met reumatoïde artritis.

Verder hebben we een genetisch onderzoek uitgevoerd in patiënten met 'chronic widespread pain (CWP)', ook wel bekend als fibromyalgie. Het doel hiervan is om eventuele nieuwe genen te ontdekken die betrokken kunnen zijn bij het ontstaan van chronische pijn. Het DNA is uit bloed geïsoleerd van patiënten met CWP en gezonde controles. Het DNA is gebruikt om polymorfismes te ontdekken, wat betekent dat één bouwsteen (nucleotide) op één specifieke plaats in het DNA veranderd is. We hebben gevonden dat één bepaalde polymorfisme in het FAMI73b gen significant vaker voorkomt in patiënten met CWP in vergelijking met controle donoren zonder chronische pijn.

Chronische pijn wordt mede onderhouden door activatie van bepaalde ontstekingscellen (microglia en astrocyten) in het ruggenmerg. Deze cellen kunnen de gevoeligheid van zenuwcellen reguleren en spelen dus een belangrijke rol in het ontstaan van chronische pijn. We hebben gevonden dat we door het remmen van de activiteit van de microglia met behulp van verschillende nieuwe stoffen, chronische pijn kunnen remmen. Dit zijn interessante bevindingen en deze nieuwe gegevens kunnen mogelijk helpen bij het ontwikkelen van nieuwe medicijnen die chronische pijn kunnen bestrijden.

Dr. Hanneke L.D.M. Willemen
In samenwerking met Prof. Dr. Cobi J. Heijnen,
Prof Dr. Annemieke Kavelaars en Dr. Niels Eijkelkamp

Bron: FES-magazine nr 148 juli/augustus 2013

Tijdschrift VLFP nr 94 - augustus 2013