Lid worden

Dr. House leed niet aan lupus of reuma. De chagrijnige arts uit de gelijknamige tv-serie had chronische pijn aan zijn rechterbeen en nam pijnstillers alsof het snoep was.

Vreemd dat de serie nooit dieper inging op het feit dat House niet de enige was met chronische pijn. In de VS zijn er meer dan 100 miljoen lotgenoten. Bij ons is het cijfer al even onthutsend. Nagenoeg een miljoen Belgen lijdt aanhoudend pijn. Wereldwijd gaat het om anderhalf miljard mensen.

Pijnlijders zien af. Het domste accident, de banaalste infectie of een volkomen ongekende oorzaak kan aanleiding geven tot een lijdensweg van enkele weken tot jaren. Pijnpatiënten kunnen vaak niet meer of slechts nog beperkt werken, raken psychisch ondermijnd, zijn vaak suf van de medicatie, worden afhankelijk. Meer dan een vijfde van de chronische pijnlijders is niet meer aan de slag. En wie wel nog werkt, is dubbel zoveel afwezig op het werk. Chronische pijn veroorzaakt een daling van productiviteit en is een groot verlies voor onze economie. De kosten voor de Belgische gezondheidszorg en de maatschappelijke kosten lopen op tot 12 miljard euro.

Sinds de pijnartsen in België erkend zijn, is hun aantal bijna verdubbeld. Vier pijnartsen van het Middelheimziekenhuis in Antwerpen (ZNA) zijn in de weer voor een congres over de sociale gevolgen van pijn op hun patiënten. Zij merken dat het niet bij het probleem van de pijn blijft. Er is onduidelijkheid over de plek waar patiënten terechtkunnen. En hoe ze kunnen re-integreren in de maatschappij. De artsen willen de gangbare opvatting over pijnpatiënten omkeren en de nadruk leggen op wat iemand wél nog kan.

Het is een vicieuze cirkel.

Fysieke pijn kan een gezonde geest ondergraven. En depressie kan het pijngevoel doen toenemen. In ziekenhuizen zijn ze allang gewoon om multidisciplinair te werken, maar de pijnartsen beperken zich niet tot de pijnkliniek (MPC). Specialisten, huisartsen, ziekenfondsen, het Riziv, de Gespecialiseerde Trajectbepalings- en Begeleidingsdienst (GTB) en de VDAB moeten volgens hen de handen in elkaar slaan om meer pijnpatiënten, tijdens en zeker na hun behandeling, een normaal leven te laten leiden. De pijnartsen spreken uit ervaring. Zij gaan respectvol om met hun patiënten en hun klachten. Zelfs een psychosomatische klacht is geen reden om een patiënt niet verder te helpen. Verwijzing naar psychologen is part of the job, ook als het probleem niet alleen tussen de oren zit. Wat let alle betrokkenen, patiënten inbegrepen, om samen te zitten en na te denken over hoe pijnpatiënten in één transparant en rechtlijnig traject opgenomen kunnen worden? En dit met een begeleiding die gericht is op jobbehoud en maatschappelijke participatie? Het is tijd voor een inclusieve en integrale behandeling van pijn: welzijn (sociale re-integratie), gezondheid (medische behandeling en geestelijke gezondheid) en (sociale) economie (jobbehoud, maatschappelijke en medische kost). Pijn verdrijf je niet met leren afzien, maar met goeie zorg. Alleen op die manier kunnen we de pijnepidemie een halt toeroepen.

Nico Krols, hoofdredacteur Weliswaar
Bron: www.weliswaar.be  sept – okt 2013