Lid worden

Chronische pijn kan je leven vergallen. Een vijfde van de Europeanen heeft er last van, in ons land zelfs meer dan een kwart. Van die pijnpatiënten heeft drie kwart elke dag pijn.

Vaak is de oorzaak van de pijn onduidelijk en is het met pijnstillers vechten tegen de bierkaai. Vaak ook krijgen patiënten te horen dat ze met de pijn ‘moeten leren leven’. Er zijn enkele adviezen die je kunnen helpen het wat meer leefbaar te maken.

Psychologie Magazine plukte ze uit het boek ‘Chronische pijn verklaard’ van de Nederlandse auteurs Doeke Keizer (huisarts) en Paul van Wilgen (gezondheids-psycholoog).

Chronische pijn is niet gevaarlijk

Het is belangrijk dit te beseffen. De pijn geeft niet aan dat er ergens door bepaalde bewegingen schade wordt aangericht. De pijn staat los van mogelijke weefselschade en wordt gegenereerd door een overgevoelig pijnsysteem. Als de pijn doenbaar is, hoef je er het bewegen niet voor te laten.

Zoek afleiding

Wanneer je aandacht gericht blijft op de pijn, treedt die uiteraard prominent op de voorgrond. De aandacht ervoor versterkt het gevoel en houdt het in stand. De pijn zo weinig mogelijk aandacht geven helpt om hem te accepteren. Probeer je mentaal te ontspannen. Stress zorgt voor verkrampte spieren en die maken het probleem erger.

Vecht tegen angst en depressiviteit

Angst, depressiviteit en frustratie houden de herinneringen aan pijn levend. Ze hebben een invloed op de hoeveelheid pijn die je voelt. Op die manier kan je hele leven om de pijn gaan draaien. Praat erover met een psycholoog.

Stop met zoeken naar pijnbehandeling

Als na meerdere onderzoeken geen duidelijke oorzaak is aan te wijzen, is er waarschijnlijk ook geen lichamelijke oorzaak. Chronische pijn zelf is de aandoening.

Doe wat je kunt ongeacht de pijn

Doe je veel bij weinig pijn en weinig bij veel pijn, dan functioneer je pijngestuurd met het risico op overbelasting op goede dagen. Stuur binnen de grenzen van het mogelijke zelf weer je leven. Beweeg zoveel mogelijk zoals je dag normaal gezien opgebouwd is. Laat pijn niet de baas zijn.
 

Even wat toelichting bij dit laatste advies.


Bij chronische pijn is er sprake van een overgevoelig pijnsysteem. De relatie tussen motorische schade en pijn is niet meer één op één. Er worden pijnsignalen uitgestuurd zonder echte aanleiding. De hersengebieden waar pijngewaarwordingen gesitueerd zijn, blijken op scans groter en actiever. Vandaar de raad om niet pijngestuurd te blijven functioneren, maar gewoon tijdgestuurd. Daarbij moeten pijnpatiënten  proberen hun draagkracht te vergroten.

Belangrijk daarbij is dat pijnpatiënten zelf verkennen wanneer ze de uiterste belasting bereikt hebben. De pijn uiteraard, maar ook andere lichamelijke signalen – een andere houding willen aannemen, kreunen – zijn daarbij een richtsnoer.
Van die uiterste belasting neem je dan pakweg drie vierden, een activiteitsniveau waarvan je weet dat je het aankan. Een soort gulden middenweg. Zo krijg je ondanks de pijn weer vertrouwen in het eigen kunnen en kan er winst geboekt worden. Focus niet op de pijn. Wel op hoe je ermee omgaat, wat je neigingen zijn en waar mogelijk verbetering haalbaar is in het dagelijkse functioneren.

In programma’s van pijnmanagement wordt daarom een belangrijke plaats toegekend aan cognitieve gedragstherapie. Dat woord valt tegenwoordig wel vaker. Het komt erop neer dat patiënten bepaalde patronen proberen te doorbreken of veranderen. Bijvoorbeeld door gedachten over pijn los te laten. Door bepaalde gedragspatronen aan te nemen. Je bent in de loop der jaren op een bepaalde manier beginnen omgaan met pijn, en dat kan geherprogrammeerd worden.

Bron: http://www.vief.be

Tijdschrift VLFP nr 94 - augustus 2013