Lid worden


Het besturen van een voertuig is een proces waarbij onze hersenen voortdurend informatie binnenkrijgen, deze verwerken en er vervolgens op reageren. Sommige geneesmiddelen kunnen een invloed hebben op het functioneren van de hersenen, waardoor je rijvaardigheid kan beïnvloed worden. Deze geneesmiddelen noemt men ‘verkeersgevaarlijk’.
 


Verkeersrisico’s
 

Studies tonen aan dat gebruikers van dergelijke geneesmiddelen twee- tot vijfmaal zoveel risico lopen om bij een verkeersongeval betrokken te geraken dan anderen. De risico’s zijn het grootst wanneer je start met het gebruik van zo’n middel, als je meer neemt dan voorgeschreven of als je meerdere van deze geneesmiddelen combineert.


Effecten


Binnen eenzelfde groep kan men geneesmiddelen vinden met geen enkel effect op de rijvaardigheid, maar eveneens geneesmiddelen die potentieel gevaarlijk kunnen zijn. Volgende groepen van geneesmiddelen kunnen ‘verkeersgevaarlijke’ geneesmiddelen  bevatten:


Behandeling van /Groep van geneesmiddelen:


Slaapstoornissen / Slaapmiddelen

Angstgevoelens / Kalmeermiddelen

Depressie / Antidepressiva

Psychische problemen  / Neuroleptica

Epilepsie / Anti-epileptica

Allergie, reisziekte / Antihistaminica

Hoge bloeddruk / Bètablokkers

Hoest / Hoestmiddelen

Hevige pijn / Analgetica

Vermoeidheid / Stimulerende middelen

Overgewicht / Eetlustremmers

Suikerziekte / Insuline, orale antidiabetica

Oogproblemen / Oogdruppels en -zalven


Ook sommige geneesmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn, kunnen je rijvaardigheid negatief beïnvloeden. In principe worden de mogelijke effecten van het geneesmiddel vermeld in de bijsluiter. Lees daarom altijd de bijsluiter (zie de rubriek “Besturen van een voertuig en het gebruik van machines” en “bijwerkingen”). Raadpleeg vooral je huisarts en/of apotheker. Deze kan je inlichten over de mogelijke gevolgen voor je rijvaardigheid.

Bij sommige chronische ziekten (epilepsie, suikerziekte, hartritmestoornissen, ...) verbetert correct gebruikte medicatie daarentegen - eventueel samen met aanpassing van voeding en levenswijze - in aanzienlijke mate de toestand van de patiënt, zodat hij veilig een voertuig kan besturen.


Aanwijzingen


Het volgende lijstje bevat een aantal aanwijzingen die je kunnen helpen om geneesmiddelen met een mogelijke invloed op de rijvaardigheid op te sporen:

  • slaperigheid met als gevolg een verminderde waakzaamheid en een trager reactievermogen,
  • waarnemingsstoornissen (voornamelijk het zicht),
  • duizeligheid, gevoel van zwakte, bewustzijnsdalingen,
  • verminderd besef van gevaar, overdreven zelfvertrouwen, beoordelingsstoornissen,
  • gedragsstoornissen, agressiviteit,
  • beven, onwillekeurige bewegingen, coördinatiestoornissen, misselijkheid.


Zelf allert zijn
 

Stop met autorijden als je:

  • onscherp ziet,
  • problemen hebt om je te concentreren of wakker te blijven, of je duizelig voelt,
  • niet weet langs welke route je naar een bestemming bent gereden,
  • niet gelijkmatig rijdt (afwisselend langzaam en snel) of geen recht traject kunt aanhouden,
  • geïrriteerd reageert op het normale gedrag van andere weggebruikers.


Nuttige vuistregels


Hier nog enkele adviezen die je helpen om geneesmiddelen met een potentiële invloed op de rijvaardigheid op een verantwoorde manier te gebruiken:

  • aarzel vooral niet om uitleg te vragen aan je geneesheer of apotheker over de mogelijke invloed van (een) geneesmiddel(en) op je rijvaardigheid. Vermeld daarbij al de geneesmiddelen die je gebruikt, de hoeveelheid per keer en het aantal per dag. Is er kans op een negatieve invloed, kijk dan samen of er geen alternatief bestaat; als je voor een ingreep onder verdoving moet worden gebracht, zelfs al is dat maar kort, vraag dan aan je huisarts wanneer je opnieuw mag sturen,
  • als je tijdens de behandeling een verandering in je rijvaardigheid opmerkt, stop dan voorlopig met rijden. Praat er zo vlug mogelijk over met je arts en/of met je apotheker. Aarzel niet het openbaar vervoer te nemen of laat je rijden,
  • ben je een beroepschauffeur (bus, vrachtwagen, taxi,…) ? Maak dan je huisarts hierop attent wanneer hij je geneesmiddelen voorschrijft. Zelfs wanneer je voor korte afstanden de wagen neemt, moet je uitkijken met sommige geneesmiddelen,
  • rij niet wanneer je ongewoon slaperig of duizelig bent; drink ook geen koffie om deze bijwerkingen tegen te gaan. Koffie drinken haalt niets uit,
  • gebruik geen alcohol samen met geneesmiddelen die een verhoogd ongevalrisico inhouden,
  • het is best om niet langer dan één uur te rijden, ook al voel je je goed,
  • tracht om niet ‘s nachts of bij slecht weer te rijden,
  • vermijd om alleen te rijden. Vraag aan een medepassagier om extra te letten op signalen van ongewoon rijgedrag,
  • neem altijd de voorgeschreven dosis stipt in volgens het gegeven advies en nooit langer dan nodig.


Wat zegt de wet?


Volgens de reglementering op het rijbewijs moet je lichamelijke en geestelijke toestand als bestuurder van een motorvoertuig in overeenstemming zijn met de medische minimumnormen. Je bent NIET rijgeschikt als je als (kandidaat-)bestuurder regelmatig, in welke vorm dan ook, geneesmiddelen gebruikt die een nadelige invloed op je rijgeschiktheid kunnen hebben, of als de hoeveelheden die je gebruikt je rijgedrag ongunstig beïnvloeden. Hetzelfde geldt voor alle andere geneesmiddelen en geneesmiddelencombinaties die de zintuiglijke waarneming en het concentratievermogen ongunstig beïnvloeden.

Meer info op:

http://www.bivv.be/nl
http://www.eengeneesmiddelisgeensnoepje.be/nl/driving