Tips voor werknemers met reuma, FM, CVS,… PDF Print E-mail

De meeste mensen met reuma verzwijgen hun ziekte op het werk uit angst om er nadelen van te ondervinden. Zo blijkt een enquête die het Nederlandse Reumafonds onlangs hield. Van de ruim 1100 deelnemers antwoordde bijna 20% zelfs bang te zijn hun baan te verliezen als ze de ziekte openbaren. Ruim 25% van de deelnemers zegt hun ziekte te verzwijgen omdat de ziekte grillig is: de ene dag gaat het werk fluitend, de andere dag is de simpelste activiteit pijnlijk of te vermoeiend. Bij reuma wisselen ’rustige’ en ’actieve’ perioden elkaar af. In een rustige periode voelt een reumapatiënt zich ’goed’ en kan hij allerlei activiteiten ondernemen, terwijl hij zich nauwelijks meer kan bewegen als de ziekte actief is.
Veel mensen kunnen die grilligheid niet bevatten. Dit onbegrip over de ziekte is voor veel reumapatiënten een soort ’tweede pijn'. Zij zijn juist erg gemotiveerd om aan het werk te blijven en aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Dat kost veel energie, maar dat is het hun waard.
Gelukkig kunnen de meeste mensen met reuma blijven werken. Uit recent onderzoek blijkt dat de steun die zij ontvangen van collega´s, werkgever en bij het werk betrokken instanties daarbij onontbeerlijk is. Mensen die voldoende steun en betrokkenheid ervaren (ook van het thuisfront), houden hun baan langer vol. Door de taakverdeling aan te passen, andere werktijden of een aangepaste werkplek kan de reumapatiënt soms (parttime) blijven werken. Onbegrip, wanneer iemand ondanks zijn inzet toch (tijdelijk) uitvalt, is dan erg frustrerend.

Tips voor werknemers met reuma
  • Probeer positief te blijven en kijk zoveel mogelijk naar de dingen die je wél kan.
  • Wees open en eerlijk over je ziekte. Praat er over met collega's en leidinggevende. Pas dan kan je begrip verwachten.
  • Toon initiatief. Je kan vast meer dan je denkt. Zoek zelf actief mee naar oplossingen.
  • Neem ook op het werk lichamelijke klachten serieus. Geef je grenzen aan, probeer je energie te verdelen en hou jezelf niet voor de gek.
  • Houd contact met je collega’s, ook in de periode dat je niet in staat bent om te werken. Als de band met de mensen op het werk eenmaal verbroken is wordt het lastig die weer te herstellen. Ga eventueel een ochtend in de week even langs of neem deel aan het werkoverleg. Blijf op de hoogte en zorg dat ze je niet vergeten.
  • Verdeel je energie door regelmatig korte rustpauzes te nemen.
  • Wissel licht en zwaar werk met elkaar af.
  • Plan, in samenwerking met de collega’s of werkgever, je werkzaamheden zodanig, dat je geen last hebt van ophoping van werk. Verander zo nodig je taakinhoud (in overleg met je werkgever en collega's) om lichamelijk belastende taken te verminderen.
  • Spreid je werkzaamheden zoveel mogelijk over de dag/week.
  • Een goede lichaamshouding is belangrijk. Let op dat je goed zit, staat en op een goede manier tilt.
  • Als je moet staan, let er dan op dat je met je voeten iets uit elkaar staat, waardoor je een breder stavlak gebruikt. Strek de knieën niet teveel en zet ze niet 'op slot'. Het is belangrijk de werkhoogte af te stemmen op je lichaamslengte.
  • De ideale werkhoogte is meestal twee tot drie centimeter onder de negentig graden gebogen elleboog. Je voorkomt zo dat je met opgetrokken schouders of geboden rug moet werken. Als je gebruik maakt van apparatuur, bijvoorbeeld een bankschroef of strijkbout, kan je de hoogte van het werkblad aanpassen. Het werkblad moet dan dus wat lager.
Bij een werkstoel is het belangrijk dat:
  • je voeten plat de grond kunnen raken
  • je knieën in een hoek van 90 graden staan
  • je billen iets hoger dan uw knieën zijn
  • je voeten en rug gesteund zijn
  • de zitting lang genoeg is, zodat je bovenbenen voldoende steun hebben en er een vrije ruimte van 3 vingerdiktes is tussen de knieholte en de voorkant van de zitting
  • er geen verdraaiing in de rug is
  • je beeldscherm op goede hoogte staat, zodat je recht vooruit kunt kijken
  • de armlegger op ellebooghoogte staat bij ontspannen afhangende schouders.
Is de stoel te hoog zodat de voeten de grond niet raken, pak er dan een voetenbankje bij. Verder is het belangrijk dat de stoelhoogte aangepast wordt aan de werksituatie (de hoogte van het bureau bijvoorbeeld). Als regel kunt u hierbij hanteren dat de ellebogen in een hoek van 90 graden staan.

Als je veel met de computer werkt, denk dan aan de volgende mogelijkheden:
  • een ergonomisch toetsenbord
  • een polssteun die voor je toetsenbord ligt
  • een muismat met gel ter ondersteuning van je pols
  • een ergonomische muis, bijvoorbeeld een trackball (muis met een bal). Het voordeel van een trackball boven een gewone muis is dat je geen kracht hoeft uit te oefenen om het apparaat vast te houden of te verplaatsen
  • een documenthouder
  • een workpaceprogramma
Zoek in overleg met je bedrijfsarts en leidinggevende naar hulpmiddelen die het gemakkelijker voor je maken op de werkplek.
Wees niet te bang dat door de belasting in het werk de ziekte zal verergeren. Werken heeft veel voordelen, mits op verantwoorde wijze uitgevoerd. Werk maakt de pijn niet minder, maar de ervaring is wel, dat je minder pijn voelt dankzij de afleiding.
Zorg voor goede medische begeleiding.
Onderzoek de mogelijkheden van omscholing naar een minder belastende functie binnen het bedrijf en als dat niet mogelijk is, daarbuiten. Doe dit samen met de bedrijfsarts.

Tips voor leidinggevenden en collega's
  • Maak de noodzakelijke aanpassingen aan de werkplek, aan de machine of computer.
  • Maak andere afspraken over de taakverdeling binnen een team.
  • Sta open voor parttime werk.
  • Breng begrip op voor de ziekte, het ziek zijn en alles wat daarmee samenhangt.
  • Praat met je medewerker of collega en luister. Onderzoek met elkaar de stand van zaken.
  • Wees flexibel en laat de werknemer zoveel mogelijk zijn of haar eigen werk indelen. Zorg voor minder belastende taken als je werknemer of collega een opleving van zijn ziekte meemaakt.
http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=6774&daginfo=m1852

Tijdschirft VLFP nr 88 - februari 2012